Rb. 's-Gravenhage 5 februari 2009, ECLI:NL:RBSGR:2009:BH9960

Belanghebbende woonde in 2004 in Nederland en werkte als grensarbeider in België. Bij de aanslag is als voorheffing een bijzondere compensatie (art. 27 van het Verdrag met België) van € 1.049 verrekend. In de uitspraak herrekende de inspecteur de compensatie op € 994. Tevens werd de heffingsrente verminderd met € 168: over 2005 en 2006 werd geen rente in rekening gebracht (coulanceregeling). Het bedrag van € 168 werd als te verrekenen kansspelbelasting op de uitspraak vermeld. De rechtbank is van oordeel dat terecht heffingsrente in rekening is gebracht. Waar in de uitspraak staat “te verrekenen kansspelbelasting” moet volgens de rechtbank worden gelezen “te verrekenen heffingsrente”. De beschikking heffingsrente wordt verlaagd met € 168. Ambtshalve oordeelt de rechtbank dat de te hoge vaststelling van de bijzondere compensatie niet in de uitspraak kan worden hersteld. Daarvoor is navordering noodzakelijk. De compensatie wordt gehandhaafd op € 1.049.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen