Rb. 's-Gravenhage 6 maart 2009, ECLI:NL:RBSGR:2009:BH8906
Bip-bob problematiek vicieuze cirkel / geen verblijfsvergunning want geen bewijs van studieinschrijving / geen bewijs van studieinschrijving want geen verblijfsvergunning / ongegrond De aanvraag van eiser is in de beschikking in primo getoetst aan de voorwaarden voor het verlengen van de geldigheidsduur onder de beperking “studie Aviation aan de Hogeschool Amsterdam te Amsterdam”. In de beschikking op bezwaar toetst verweerder aan de voorwaarden voor het verlengen van de geldigheidsduur onder de beperking “studie Bedrijfswiskunde aan de Hogeschool van Amsterdam te Amsterdam”. De rechtbank overweegt dat het in zowel de beschikking in primo als in de beschikking op bezwaar gaat om een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd onder de beperking “het volgen van studie”, zoals opgenomen in artikel 3.4, eerste lid, aanhef en onder n, van het Vb 2000. Bovendien betreft het in beide beschikkingen dezelfde onderwijsinstelling, namelijk de Hogeschool Amsterdam, en is op beide beschikkingen dezelfde regelgeving van toepassing, behalve dat er een inschrijving bij een andere studierichting vereist is. Nu geen sprake is van een geheel andere feitelijke en juridische grondslag, komt de rechtbank tot de slotsom dat de beschikking van 26 november 2007 wordt aangemerkt als een beschikking op bezwaar. Het beroep is dientengevolge ontvankelijk. De rechtbank overweegt ten overvloede het volgende. Ter zitting is namens eiser nogmaals verduidelijkt dat het hier een vicieuze cirkel betreft en dat hij van het kastje naar de muur wordt gestuurd: verweerder verleent hem geen verblijfsvergunning omdat hij geen bewijs van studie-inschrijving heeft en de onderwijsinstelling geeft hem geen bewijs van inschrijving omdat hij geen verblijfsvergunning heeft. De rechtbank geeft aan verweerder in overweging om, voor zover dit binnen zijn mogelijkheden ligt, deze problematiek met de betreffende onderwijsinstelling te bespreken. De rechtbank merkt hierbij op dat de bij de “Gedragscode internationale student in het Nederlands hoger onderwijs” aangesloten onderwijsinstellingen overeengekomen zijn zich te houden aan een aantal verplichtingen om studiemigratie naar Nederland in goede banen te leiden. Een verblijfsvergunning onder de beperking “het volgen van een studie” staat daarin niet als voorwaarde genoemd.
De uitspraak op rechtspraak.nl