Rb. 's-Gravenhage 26 januari 2009, ECLI:NL:RBSGR:2009:BH6402

De voorzieningenrechter overweegt, onder verwijzing naar de uitspraak van de Afdeling van 10 juni 2008 (200708670/1), dat uit de wettelijke bepalingen zoals weergegeven onder 2.2 tot en met 2.6 niet volgt dat de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd in persoon moet worden ingediend. Hoewel een verblijfsvergunning persoonsgebonden is, biedt de tekst van artikel 3.102 Vb geen aanknopingspunt voor de uitleg van die bepaling dat aan het verstrekken van gegevens en bescheiden, noodzakelijk voor het beslissen op een ingediende aanvraag om een verblijfsvergunning regulier, de verschijning in persoon van de desbetreffende vreemdeling noodzakelijkerwijs verbonden is. Met betrekking tot het betoog van verzoeker, dat verweerder niet op de correcte wijze heeft getracht de leges te innen, overweegt de voorzieningenrechter het volgende. De voorzieningenrechter stelt, gelet op de inhoud van de brieven van 8 en 16 april 2008, vast dat aan verzoeker geen andere gelegenheid is geboden om de leges te voldoen anders dan in persoon. De voorzieningenrechter overweegt dat uit de in rechtsoverwegingen 2.5 tot en met 2.7 genoemde bepalingen niet volgt dat leges uitsluitend in persoon kunnen worden voldaan. Nu er kennelijk geen grondslag is voor de door verweerder gestelde eis dat de leges in persoon moeten worden voldaan, kan de voorzieningenrechter niet anders concluderen dan dat naar haar voorlopig oordeel verweerder aan verzoeker geen reëel herstel tot verzuim heeft geboden en dat derhalve niet is voldaan aan de voorwaarde van artikel 4:5, eerste lid, Awb. De voorzieningenrechter verwijst naar de uitspraak van deze rechtbank en nevenzittingsplaats van 2 juni 2008 (AWB 07/35515), welke is bevestigd bij uitspraak van de Afdeling van 17 december 2008 (200805290/1). Gelet op het voorgaande heeft het bezwaar een redelijke kans van slagen en ziet de voorzieningenrechter aanleiding het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening toe te wijzen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen