Rb. 's-Gravenhage 11 maart 2009, ECLI:NL:RBSGR:2009:BH5643
Voorts wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen. Verdachte heeft, na een gedegen voorbereiding, het slachtoffer onder valse voorwendselen naar zijn kantoor gelokt, waarna drie andere mannen en een vrouw het kantoor zijn binnengekomen en de deur van het kantoor op slot werd gedaan. Vervolgens is het slachtoffer, door twee van de mannen, in het kantoor getrapt, geslagen en bedreigd en aldus gedwongen verklaringen te ondertekenen c.q. op te stellen, met welke verklaringen verdachte zijn bevroren banktegoed bij de Clariden Bank zou kunnen opeisen. Verdachte en zijn mededaders hebben door hun handelwijze een grove inbreuk gemaakt op de persoonlijke bewegingsvrijheid en de lichamelijke integriteit van het slachtoffer. De agressieve wijze waarop het slachtoffer is bejegend, is voor het slachtoffer uitermate beangstigend en bedreigend geweest. [...] Het is schokkend te moeten vaststellen dat verdachte, ogenschijnlijk een fatsoenlijk zakenman, er niet voor terugdeinst een zakelijk geschil in zijn voordeel te beslechten door de aanwending van grof geweld jegens zijn voormalige bankier. Kennelijk hebben hij en zijn mededaders alleen maar oog gehad voor hun eigen financiële belangen. De rechtbank rekent verdachte dit alles zwaar aan.
De uitspraak op rechtspraak.nl