Rb. 's-Gravenhage 13 februari 2009, ECLI:NL:RBSGR:2009:BH5426

Toegangsweigering / Zwitserland / Schengengrenscode / buitengrenzen / Dublinovereenkomst / doorlaatbewijs / document voor grensoverschrijding Bij besluit van de Raad van de Europese Unie van 27 november 2008 (Pb. L 327/15) is - kort gezegd - bepaald dat Zwitserland per 12 december 2008 toetreedt tot het Schengengebied. Voor het afschaffen van de controles op de luchtgrenzen is een later datum vastgesteld, namelijk 29 maart 2009, afhankelijk van een positieve evaluatie. Dit betekent dat tussen de luchthavens van de eerder toegetreden lidstaten en Zwitserland vooralsnog geen sprake is van binnengrenzen, als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder b, van de SGC. Verzoeker bevond zich derhalve niet op een zogeheten “interne vlucht” en diende te voldoen aan de voorwaarden als gesteld in deze verordening. Zijn stelling dat hem ten onrechte de toegang is geweigerd omdat hij het Schengengebied nooit heeft verlaten, moet dan ook naar het voorlopige oordeel van de voorzieningenrechter worden verworpen. Naar het voorlopige oordeel van de voorzieningenrechter heeft verweerder zich terecht op het standpunt gesteld dat verzoeker niet in het bezit was van een reisdocument of grensoverschrijdingsdocument als bedoeld in artikel 5 van de SGC. Zowel uit de tekst van de lp zelf als uit de bepalingen in de Dublinuitvoeringsovereenkomst blijkt dat het expliciet niet is beoogd dat ter uitvoering van de Dublinovereenkomst afgegeven laissez passers tevens recht geven op overschrijding van de buitengrenzen van het Schengengebied. Dit is ook geheel in lijn met de strekking van de Dublinovereenkomst die immers tot doel heeft om te bepalen welke staat verantwoordelijk is voor de behandeling van asielverzoeken en niet om regels te geven omtrent de toelating tot het Schengengebied. In dat verband merkt de voorzieningenrechter op dat het verlenen van toegang tot het grondgebied van de ontvangende staat niet noodzakelijk is om het doel van de Dublinovereenkomst te bereiken. De behandeling van het asielverzoek kan immers worden overgenomen zonder dat de juridische toegang tot het grondgebied wordt verleend. Verder merkt de voorzieningenrechter op dat ook indien de identiteit van de asielzoeker zou vast staan dit niet betekent dat hem niet de toegang tot het grondgebied kan worden geweigerd.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen