Rb. 's-Gravenhage 29 januari 2009, ECLI:NL:RBSGR:2009:BH4596

Aanvraag regulier / voorgezet verblijf / niet-tijdig ingediend / amv / artikel 8 EVRM / privé-leven Eiser heeft verzocht om wijziging van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder de beperking “alleenstaande minderjarige vreemdeling” in de beperking “voortgezet verblijf”, en tot het verlengen van die vergunning. Verweerder heeft de aanvraag afgewezen omdat de aanvraag niet tijdig is ingediend. Eiser dient daarom te beschikken over een mvv. Eiser heeft betoogd dat hij gelet op zijn jonge leeftijd volledig afhankelijk was van de Stichting Nidos. Zowel Stichting Nidos als vreemdelingendienst heeft fouten gemaakt, welke hebben geleid tot de late indiening van de aanvraag. Die fouten mogen hem, gezien zijn leeftijd, niet worden toegerekend. Op grond van de beschikbare gegevens staat vast dat eiser Nederland in 2002 op tienjarige leeftijd is ingereisd en dat hem een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd is verleend onder de beperking ‘alleenstaande minderjarige vreemdeling’. Zijn ouders waren overleden en hij had geen opvang in Angola. Ten tijde in geding verbleef eiser inmiddels zes jaar in Nederland, aanvankelijk op basis van de genoemde verblijfsvergunning en later met medeweten van de autoriteiten. Eiser had een meldplicht gekregen, waaraan hij zich altijd heeft gehouden. In de genoemde periode van zes jaar heeft eiser zijn privéleven ontwikkeld doordat hij een schoolopleiding is gaan volgen en een eigen netwerk met contacten is gaan ontwikkelen. Hij is daarbij in de Nederlandse samenleving geïntegreerd geraakt. Ten tijde in geding bevond eiser zich gelet op zijn leeftijd in een cruciale fase van zijn persoonlijke vorming en ontwikkeling. Onder deze omstandigheden heeft eiser een gerechtvaardigd belang om zijn recht op privéleven ongestoord te kunnen blijven uitoefenen. Tegenover eisers belang staat het belang van verweerder bij een correcte uitvoering van de migratiewetgeving. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder zijn belang in dit geval niet mogen laten prevaleren boven het belang van eiser. De rechtbank laat daarbij wegen dat hier sprake is van een nalatigheid bij de wettelijk vertegenwoordiger van eiser bij het tijdig doen van een aanvraag om verlenging van de reeds verleende verblijfsvergunning. Die nalatigheid moet naar nationaal recht aan eiser zelf worden toegerekend maar voor de belangenafweging in het kader van de toetsing aan artikel 8 van het EVRM verdient nadruk dat eiser gelet op zijn leeftijd zelf niets te verwijten valt. Daarnaast bestaat er geen reden om aan te nemen dat een tijdig verzoek om verlenging niet zou zijn gehonoreerd. Van contra-indicaties, met name in de sfeer van de openbare orde, is niet gebleken. Onder deze omstandigheden getuigt de onderhavige afwijzing van eisers aanvraag van excessief formalisme (vergelijk het arrest Rodrigues da Silva en Hoogkamer, LJN: AV3568 en JV 2006, 90). Het bestreden besluit komt voor vernietiging in aanmerking komt wegens schending van artikel 8 van het EVRM. Het beroep is gegrond.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen