Rb. 's-Gravenhage 16 januari 2009, ECLI:NL:RBSGR:2009:BH3713
De rechtbank ziet zich ambtshalve gesteld voor de vraag of er in onderhavige beroepsprocedure procesbelang is. Indien immers met het opheffen van de vrijheidsontnemende maatregel van artikel 6 van de Vw 2000 aan eiser reeds feitelijk en juridisch toegang is verleend, resteert geen proces-belang. In dit kader verwijst de rechtbank naar de uitspraak van 28 oktober 2004 (LJN: AR5859) van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (AbRS). Verweerder heeft na het nemen van het besluit om eiser de toegang tot Nederland te weigeren niet door het nemen of achterwege laten van maatregelen ondubbelzinnig te kennen gegeven dat hij het door artikel 3 van de Vw 2000 beschermde belang van grensbewaking heeft prijsgegeven. Op grond van artikel 54, eerste lid, aanhef en onder f, van de Vw 2000, gelezen in samenhang met artikel 4.51, eerste lid, aanhef en onder a, van het Vreemdelingenbesluit 2000 rust op eiser een plicht tot wekelijkse melding. Dat verweerder hiervan geen ontheffing heeft verleend duidt erop dat hij na de feitelijke invrijheidstelling van eiser heeft getracht met de op dat moment beschikbare wettelijke mogelijkheden, een zo intensief mogelijk toezicht op eiser uit te oefenen. Deze gedragslijn geeft niet blijk van enig prijsgeven van het met de toegangsweigering gediende belang van de grensbewaking. In het onderhavige geval geldt dit eens te meer nu (ook aan eiser) is gebleken dat de opheffing van de vrijheidsontnemende maatregel het gevolg is geweest van een interne miscommunicatie en niet een welbewuste belangenafweging. De rechtbank begrijpt de uitspraak van de AbRS evenwel zo dat dit niet van doorslaggevend belang is en dat - zelfs indien de opheffing wel het gevolg was van een belangenafweging - niet kan worden gesproken van het ondubbelzinnig prijsgeven van het grensbewakingsbelang indien niet tevens ontheffing wordt verleend van de meldplicht. Evenmin heeft verweerder voormeld belang ingevolge een daartoe strekkende, in rechte onaantastbare uitspraak moeten prijsgeven. Gelet hierop is de toegangsweigering van 7 augustus 2008 op eiser van kracht en heeft eiser belang bij een inhoudelijke beoordeling van zijn beroep gericht tegen deze toegangsweigering.
De uitspraak op rechtspraak.nl