Rb. 's-Gravenhage 14 januari 2009, ECLI:NL:RBSGR:2009:BH3538
Eisers partner is burger van de Europese Unie en eiser heeft een aanvraag om erkenning als partner van een EU-onderdaan ingediend. Eiser is korter dan drie maanden in Nederland. Eiser is na zijn strafrechtelijke detentie in bewaring gesteld, omdat hij met een vals papsoort is ingereisd. Eiser heeft ten tijde van de inbewaringstelling en ook daarna niet aangetoond rechtmatig verblijf te hebben op grond van Richtlijn 2004/38 EG. Eiser was ten tijde van de inbewaringstelling niet in het bezit van een geldig paspoort en toen het paspoort in zijn bezit was, heeft hij het niet overgelegd bij verweerder. Gelet op artikel 8:11 van het Vb, waarmee is beoogd uitvoering te geven aan de artikelen 3 en 6 van Richtlijn 2004/38 kon eiser als partner van een burger van de Europese Unie eerst rechtmatig verblijf hebben, indien hij in het bezit was van een geldig paspoort.
De uitspraak op rechtspraak.nl