Rb. 's-Gravenhage 13 januari 2009, ECLI:NL:RBSGR:2009:BH0076
Noord-Irak / Centraal-Irak / art. 15, aanhef en onder c van de Definitierichtlijn / reëel risico op ernstige schade als gevolg van binnenlands gewapende conflict gesteld noch gebleken Verzoeker is afkomstig uit [woonplaats], Noord-Irak. Zijn asielaanvraag is in het kader van de AC-procedure afgewezen. Tegen dit besluit heeft hij beroep ingesteld en gevraagd een voorlopige voorziening te treffen. Verzoeker heeft een beroep gedaan op artikel 15, onder c, van Richtlijn 2004/83/EG (Definitierichtlijn). De voorzieningenrechter heeft als volgt overwogen: Blijkens het bestreden besluit heeft verweerder enkel de vraag beantwoord of in Noord-Irak, waar verzoeker tot zijn vertrek woonachtig was, sprake is van een binnenlands gewapend conflict. Verweerder heeft geen overweging gewijd aan verzoekers standpunt dat in Centraal-Irak sprake is van een dergelijk conflict en is ook niet zichtbaar ingegaan op de door verzoeker bij brief van 28 december 2008 overgelegde stukken. Ter zitting heeft verweerders gemachtigde desgevraagd medegedeeld dat de documenten wel bij de besluitvorming zijn betrokken, maar dat dit niet zichtbaar in het besluit is weergegeven. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter heeft verweerder het besluit op dit punt niet deugdelijk gemotiveerd. Zonder kenbare motivering is het voor de voorzieningenrechter immers niet mogelijk het besluit te toetsen aan de daarop van toepassing zijnde wettelijke bepalingen. Gelet op het voorgaande zal de voorzieningenrechter het beroep gegrond verklaren. Het bestreden besluit zal worden vernietigd wegens strijd met artikel 3:46 Awb. De voorzieningenrechter zal de rechtsgevolgen van het bestreden besluit echter ingevolge artikel 8:72, derde lid, Awb, in stand laten om de hierna te noemen reden. De voorzieningenrechter is van oordeel dat, voor zover al uit de door verzoeker overgelegde, dan wel aangehaalde documenten zou blijken dat sprake is van een binnenlands gewapend conflict in Noord-Irak dan wel in Centraal-Irak, is gesteld noch gebleken dat ten tijde van het bestreden besluit als gevolg van dit door verzoeker gestelde conflict sprake was van een reëel risico voor hem op ernstige schade als bedoeld in artikel 15, aanhef en onder c, Definitierichtlijn. Verzoekers enkele stelling dat hij woonachtig was in [woonplaats], Noord-Irak en voorts dat de gebeurtenissen in Centraal-Irak gevolgen kunnen hebben voor inwoners van [woonplaats] is daartoe onvoldoende. De voorzieningenrechter concludeert derhalve dat verzoeker niet valt onder de reikwijdte van artikel 15, aanhef en onder c, Definitierichtlijn, zodat zijn beroep daarop faalt.
De uitspraak op rechtspraak.nl