Rb. 's-Gravenhage 5 januari 2009, ECLI:NL:RBSGR:2009:BG8784
Partijen zijn verdeeld over de wijze waarop de bezuiniging van € 110 miljoen voor 2009 gerealiseerd kan en moet worden. Kern van het geschil betreft de vraag of het laten vervallen van het bonus-malussysteem en het afzien van de invoering van weektarieven op gespannen voet staat met eerder gemaakte afspraken en onrechtmatig is wegens strijd met de beginselen van zorgvuldigheid, evenredigheid en het verbod op willekeur. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter verdraagt de bestreden maatregel zich bij deze stand van zaken niet met beginselen van zorgvuldigheid, evenredigheid en het verbod op willekeur. Immers de maatregel straft de instellingen die juist in 2008 een ook door de Staat beoogde en in 2009 doorwerkende volumebeperking hebben gerealiseerd, terwijl de instellingen die dat niet gedaan hebben bevoordeeld worden. Dit voert tot de slotsom dat de onrechtmatigheid ervan in dit kort geding in voldoende mate kenbaar is. Nu geoordeeld is dat de vorderingen voor zover gebaseerd op de door eiseressen gestelde afspraken afgewezen behoren te worden, doch het achterwege laten van het bonus-malussysteem voor 2009 onrechtmatig is, zal de primaire vordering toegewezen worden. De voorzieningenrechter verbiedt de Staat om artikel 3 onderdeel 0 van de aanwijzing van 13 november 2008 te effectueren, voor zover daarin niet de bonus-malusregeling voor de persoonlijke verzorging en ondersteunende begeleiding voor 2009 gehandhaafd wordt als voor 2008 gehanteerd.
De uitspraak op rechtspraak.nl