Rb. 's-Gravenhage 2 december 2008, ECLI:NL:RBSGR:2008:BI8770
Trefwoorden: Reglement Onthoudingen Verstrekkingen, strafmaatregel, ordemaatregel, locatieverbod, verwijtbaarheid Wettelijk kader: artikel 9, eerste lid, Rva 2005, Artikel 10, aanhef en onder d, Rva 2005, Reglement Onthoudingen Verstrekkingen (ROV) Samenvatting: Beroepen gericht tegen locatieverbod AZC en opgelegde maatregel ingevolge ROV. Rechtbank gaat uit van de juistheid van de gebeurtenissen. Het locatieverbod heeft het karakter van een ordemaatregel ter waarborging van de leefbaarheid en beheersbaarheid van de situatie op het AZC. Dat eiser het op zichzelf ingrijpende locatieverbod wellicht als een straf heeft ervaren, maakt dit niet anders. Omdat het locatieverbod niet het karakter van een straf heeft, is voor het kunnen opleggen van dit verbod naar het oordeel van de rechtbank niet vereist dat eiser een verwijt kan worden gemaakt van zijn gedrag. Het betoog van eiser dat zijn gedrag niet verwijtbaar is, kan dan ook niet leiden tot de slotsom dat het besluit van 11 september 2006 onrechtmatig is. Ook overigens ziet de rechtbank in hetgeen eiser heeft aangevoerd geen aanknopingspunten voor de conclusie dat het besluit dat ziet op het locatieverbod de rechterlijke toetsing niet kan doorstaan. Beroep ongegrond. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de bij besluit van 12 september 2006 aan eiser opgelegde maatregel het karakter van een straf. Zoals verweerder blijkens het ROV ook onderkent, moet een strafmaatregel in overeenstemming zijn met de ernst van de gedraging van de vreemdeling en het verwijt dat hem van deze gedraging kan worden gemaakt. Ten tijde van het nemen van het besluit van 12 september 2006 was verweerder bekend dat eiser psychische problemen had en onder psychiatrische behandeling stond. Gelet hierop had het naar het oordeel van de rechtbank op de weg van verweerder gelegen om voorafgaand aan het nemen van het besluit van 12 september 2006 te onderzoeken of het gedrag van eiser op 4 september 2006 hem, gelet op zijn psychische problemen, niet of in verminderde mate kan worden verweten en had verweerder hier in het besluit van 12 september 2006 op moeten ingaan. Verweerder heeft een dergelijk onderzoek niet, althans niet kenbaar, verricht en in het besluit van 12 september 2006 is hij niet ingegaan op de vraag of het gedrag van eiser verwijtbaar is. Beroep gegrond.
De uitspraak op rechtspraak.nl