Rb. 's-Gravenhage 15 mei 2008, ECLI:NL:RBSGR:2008:BH1903
Zonder nadere motivering kan verweerder niet worden gevolgd in zijn standpunt dat geen sprake is van een dusdanig ernstige beperking in verzoekers bestaansmogelijkheden, dat hij niet meer in staat was om op maatschappelijk en sociaal gebied te functioneren. Met de verwijzing naar het feit dat verzoeker onderwijs kon volgen miskent verweerder dat het verzoeker als gevolg van de door hem beschreven en geloofwaardig geachte discriminatoire bejegeningen feitelijk onmogelijk werd gemaakt zijn school af te maken. Dat is bezwaarlijk aan te merken als een blijk van sociaal of maatschappelijk kunnen functioneren. Het hiervoor geconstateerde motiveringsgebrek leidt evenwel niet tot gegrondverklaring van het beroep indien met verweerder moet worden geoordeeld dat niet gebleken is dat de Georgische autoriteiten niet in staat of bereid zijn verzoeker bescherming te bieden tegen discriminatoire bejegeningen van medeburgers. De rechtbank stelt vast dat door verweerder niet ongeloofwaardig is geacht dat verzoekers vader eenmaal aangifte heeft gedaan van bedreiging en mishandeling en dat zij daarvan niets meer hebben gehoord. Verweerder had derhalve ingevolge zijn beleid aandacht dienen te besteden aan de vraag waarom het bij één poging is gebleven.
De uitspraak op rechtspraak.nl