Rb. 's-Gravenhage 22 september 2008, ECLI:NL:RBSGR:2008:BG8214

Verzoek om schadevergoeding / niet tijdig beslissen op asielaanvraag / relativiteitsvereiste Eiser heeft verzocht om toekenning van schadevergoeding. Verweerder heeft volgens eiser een onrechtmatige daad gepleegd door niet tijdig te beslissen op zijn asielaanvraag. Aan het relativiteitsvereiste is volgens eiser voldaan, omdat de verlening van een verblijfsvergunning asiel niet alleen het recht om hier te verblijven omvat, maar tevens het recht op opvang. Onder verwijzing naar het arrest van de Hoge Raad van 13 april 2007 (LJN: AZ8751) en de uitspraak van de ABRvS van 20 juni 2007 (LJN: BA7572) overweegt de rechtbank dat eiser in de kern een vermogensrechtelijk belang heeft gesteld en dat verlening van een verblijfsvergunning asiel er niet toe strekt enig vermogensrechtelijk belang van de vreemdeling te beschermen. Er wordt derhalve niet voldaan aan het relativiteitsvereiste. Eisers beroep op artikel 28 van de Definitierichtlijn leidt niet tot een ander oordeel. Immers, ook uit deze bepaling volgt niet dat toekenning van een vluchtelingenstatus of de subsidiaire beschermingsstatus tevens het recht op opvang omvat, zoals eiser stelt, maar veeleer dat het recht op sociale bijstand voortvloeit uit het recht op een status. Verweerder heeft het verzoek dan ook op juiste gronden afgewezen. Beroep ongegrond.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen