Rb. 's-Gravenhage 10 december 2008, ECLI:NL:RBSGR:2008:BG7784
Rangorde art. 43 en 56 EG. Eiseres, gevestigd in de Nederlandse Antillen, heeft als lid van een samenwerkende groep controlerende invloed in Nederland gevestigde vennootschap. De rechtbank volgt verweerder niet in diens opvatting dat art. 56 EG niet van toepassing is op kapitaalverkeer tussen Nederland en de Nederlandse Antillen omdat de relatie tussen beide landen een interne kwestie is die uitsluitend wordt beheerst door de nationale wet en de BRK. De nationale wet en de BRK zijn van lager orde dan art. 56 EG; de reikwijdte van art. 56 EG kan derhalve niet door de nationale wet of de BRK worden ingeperkt. De rechtbank is van oordeel dat de bijzondere associatieregeling (art. 182 tot en met 188 EG en uitgewekt in het LGO-Besluit) geen verplichtingen van de lidstaat Nederland jegens een vennootschap in de Nederlandse Antillen meebrengt. De stelling van verweerder dat de Nederlandse Antillen geen ‘derde land’ in de zin van art. 56 EG zijn en dat derhalve artikel 56 EG in deze toepassing mist, berust naar het oordeel van de rechtbank op een onjuiste rechtsopvatting. Het is vaste rechtspraak van het HvJEG dat wanneer een vennootschap een deelneming in een andere vennootschap heeft waardoor zij een zodanige invloed heeft op de besluiten van die vennootschap verleent dat zij de activiteiten ervan kan bepalen (hierna: controlerende invloed), art. 43 EG betreffende de vrijheid van vestiging is. Naar het oordeel van de rechtbank heeft eiseres een controlerende invloed op [A BV]. Hierbij neemt de rechtbank in aanmerking dat [de heer A], die president-commissaris van [A BV]. is, de enig aandeelhouder van eiseres is, dat eiseres 45% van de aandelen van [A BV] houdt, dat de andere aandeelhouders van[A BV] [B BV]. (met een belang van 45%) en C BV (met een belang van 10%) zijn, dat [de heer B] en [de heer C] de enig aandeelhouders van respectievelijk [B BV]. en[C BV] zijn en dat [de heer B], [de heer C] en [de heer A] respectievelijk directeur, commissaris en president-commissaris van [A BV] zijn. Op grond hiervan oordeelt de rechtbank dat eiseres en haar enig aandeelhouder [de heer A] met [B BV], [C BV]. en hun enig aandeelhouders [B BV] en [C BV], een samenwerkende groep vormen die de besluiten en de activiteiten van [A BV] volledig bepaalt, en dat eiseres, [B BV] en [C BV] aan hun deelnemingen in [A BV] een controlerende invloed op [A BV] ontlenen. Hoewel de mogelijkheid van het achterwege blijven van de inhouding van dividendbelasting in binnenlandse verhoudingen niet beperkt is tot dividenduitkeringen door een vennootschap aan een vennootschap met een controlerende invloed op de dividenduitkerende vennootschap, zodat deze regeling in beginsel zowel onder art. 43 EG betreffende de vrijheid van vestiging als onder art. 56 EG betreffende het vrije verkeer van kapitaal kan vallen, zijn, nu het geschil uitsluitend betrekking heeft op de impact van deze regeling in de situatie van een ingezeten vennootschap die dividenden heeft uitgekeerd aan aandeelhouders die een deelneming hebben waardoor zij een controlerende invloed op de dividenduitkerende vennootschap heeft, in het onderhavige geval uitsluitend de verdragsbepalingen betreffende de vrijheid van vestiging en niet die inzake de vrijheid van kapitaalverkeer van toepassing (vergelijk HvJEG 26 juni 2008, nr. C-284/06, V-N 2008/35.14 (Burda vs Finanzamt Hamburg-Am Tierpark) en HR 26 september 2008, nr. 43 339, V-N 2008/ 47.13) .
De uitspraak op rechtspraak.nl