Rb. 's-Gravenhage 28 oktober 2008, ECLI:NL:RBSGR:2008:BG7216

Het pand bestaat uit een benedenwoning en drie bovenwoningen. Elke bovenwoning beschikt over een deur, waarmee zij van de andere woningen kan worden afgesloten. Elke woning heeft eigen kookgelegenheid, wasgelegenheid en toilet. Dat de douche en toilet op de 2e etage in beginsel door de bewoners van de drie bovenwoningen zouden kunnen worden gebruikt, is voor de objectafbakening niet relevant nu vaststaat dat de beide voorzieningen uitsluitend worden gebruikt door de bewoners van een van de bovenwoningen en de beide andere bovenwoningen over eigen voorzieningen beschikken. Verweerder heeft de woningen terecht als vier zelfstnadige onroerende zaken aangemerkt. Verweerder heeft niet aannemelijk gemaakt dat de (nader) vastgestelde waarden niet te hoog zijn. Eiser heeft evenmin aannemlijk gemaakt dat de de door hem voorgestane waarden niet te laag zijn. Derhalve heeft de rechtbank de (nadere) vastgestelde waarden verminderd tot € 238.000, € 160.000, € 118.000 en € 102.000. ten tijde van de oplegging van de aanslagen was de Verordening OZB voor het jaar 2007 nog niet in werking getreden. Op dat moment gold nog de Verordening OZB 2006. Het tarief volgens de Verordening OZB 2006 is echter hoger dan het bij de aanslagregeling toegepaste tarief van de Verordening OZB 2007. Nu toepassing van het tarief van 2006 tot een voor eiser ongunstiger resultaat zou leiden dan de toepassing van het tarief voor 2007, dient bij de vermindering van de aanslagen naar aanleiding van de vermindering van de waarden het tarief 2007 te worden toegepast.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen