Rb. 's-Gravenhage 22 oktober 2008, ECLI:NL:RBSGR:2008:BG5774
Belanghebbende lijdt aan astmatische bronchitis. Op 7 juli 2004 verhuist hij naar een andere woning. Na zijn verhuizing is in de woning centrale verwarming (c.v.) aangelegd en een parketvloer aangebracht. Belanghebbende stelt dat hij met de uitgaven betreffende deze aanpassingen uitgaven wegens andere hulpmiddelen zoals bedoeld in artikel 6.17, eerste lid, letter a, van de Wet IB jo. artikel 20a Uitvoeringsbesluit heeft gedaan. Op grond van laatsgenoemde bepaling worden tot de andere hulpmiddelen onder meer gerekend aanpassingen van een woning (…) of aanhorigheid daarvan, die vanwege een functiebeperking op medisch voorschrift zijn aangebracht (…), voorzover de aanpassingen niet leiden tot een waardevermeerdering van de woning (…) of aanhorigheid daarvan welke uitgaat boven tien procent van de op de belastingplichtige drukkende aanpassingskosten. De rechtbank oordeelt dat het resultaat van de werkzaamheden die belanghebbende met betrekking tot de vloer heeft laten uitvoeren een aanpassing van de woning in de zin van voornoemd artikel 20a is. De aanpassing aan de vloer is echter niet medisch voorschrift is gedaan, althans belanghebbende heeft dat onvoldoende aannemelijk gemaakt. De rechtbank hecht hierbij waarde aan het feit dat, zoals belanghebbende ter zitting heeft verklaard, de vloer van de woning rot was, zodat in zoverre de noodzaak tot vervanging c.q. aanpassing reeds aanwezig was en niet voortvloeit uit danwel eerst gegeven was met het medisch voorschrift. Tussen partijen is niet in geschil dat voor wat betreft de c.v. sprake is van een aanpassing aan de woning en evenmin dat er sprake is van een functiebeperking bij belanghebbende. De rechtbank acht aannemelijk dat deze aanpassing op medisch voorschrift is geschied. De kosten van deze aanpassing komen daarmee in beginsel voor aftrek als buitengewone uitgaven in aanmerking. Ter zitting heeft belanghebbende desgevraagd verklaard dat hij niet weet hoe hoog de kosten voor de betreffende aanpassing zijn. Niet in geschil is echter dat belanghebbende voor de aanpassing van de c.v. wel kosten heeft gemaakt. De rechtbank stelt de kosten voor de aanpassing in goede justitie vast. De rechtbank stelt ook de waardestijging van de woning tengevolge van de aanleg van de c.v. in goede justitie vast.
De uitspraak op rechtspraak.nl