Rb. 's-Gravenhage 9 september 2008, ECLI:NL:RBSGR:2008:BG3984
Buitenbehandelingstelling / aanvraag verblijfsvergunning regulier / zowel in persoon als niet in persoon / leges / herstel verzuim "Met verzoeker is de voorzieningenrechter van oordeel dat verweerder eerst op het moment dat verzoeker niet op het in voormelde brief aangegeven tijdstip is verschenen, heeft kunnen constateren dat verzoeker in verzuim was de per aanvraag verschuldigde leges te voldoen. Vervolgens had verweerder verzoeker in de gelegenheid moeten stellen om dit verzuim binnen een nader te stellen termijn herstellen, hetgeen verweerder ten onrechte heeft nagelaten. Verweerder had de aanvraag van verzoeker derhalve niet op deze grond buiten behandeling mogen stellen". (...) "De voorzieningenrechter constateert dat verweerder zowel in het bestreden als in het primaire besluit het standpunt heeft ingenomen dat de aanvraag in persoon dient te worden ingediend en gecompleteerd. Uit de uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRS) d.d. 10 juni 2008 (200708670/1), volgt dat in de vreemdelingenwetgeving geen wettelijke voorschriften zijn opgenomen waarin een vereiste is gesteld dat het indienen van een aanvraag om een verblijfsvergunning regulier, in persoon dient te geschieden. Uit de bewoordingen van artikel 3.102, Vb 2000 is af te leiden dat een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning regulier zowel in persoon als niet in persoon kan worden ingediend. Op grond hiervan heeft de aanvrager de keuze om zijn aanvraag in persoon dan wel niet in persoon in te dienen. Verweerder heeft derhalve ten onrechte de aanvraag op deze grond buiten behandeling gesteld". (...) "Voorts volgt de voorzieningenrechter verzoeker niet in zijn stelling dat verweerder niet of onvoldoende heeft gereageerd op de brief van verzoeker aan verweerder van 30 januari 2008, waarin vermeld wordt dat verzoeker alleen verschijnt indien hij de garantie krijgt niet gedetineerd te worden, en of het wel zin heeft om de aanvraag schriftelijk aan te vullen. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter is een dergelijke brief overbodig, althans niet is gebleken om welke reden zo’n brief wordt verzonden aan verweerder. Immers, zoals reeds hierboven is overwogen, heeft de ABRS uitgemaakt dat in de vreemdelingenwetgeving geen wettelijke voorschriften zijn opgenomen waarin een vereiste is gesteld dat het indienen van een aanvraag om een verblijfsvergunning regulier in persoon dient te geschieden, zodat hij de keuze heeft om zijn aanvraag in persoon dan wel niet in persoon in te dienen. Feit is voorts dat verzoeker een aantal gegevens en bescheiden had dienen te overleggen, die in het aanvraagformulier zijn genoemd, welk aanvraagformulier door verzoeker is ingevuld en aan verweerder toegezonden. Verzoeker heeft dit nagelaten".
De uitspraak op rechtspraak.nl