Rb. 's-Gravenhage 23 september 2008, ECLI:NL:RBSGR:2008:BG3937

Buitenbehandelingstelling / leges / kas of pinbetaling / geen wettelijk vereiste De aanvraag is buiten behandeling gesteld op de grond dat leges niet per kas of pinbetaling op het IND-kantoor te Hoofddorp zijn voldaan. De verplichting de leges in persoon te betalen is neergelegd in beleidsonderdeel B1/9.4 van de Vc 2000. Alleen als de wetgever het aan de Minister heeft overgelaten de verplichting tot legesbetaling in beleidsregels in te vullen zou immers, indien dat beleid voor het overige aan de daaraan te stellen eisen voldoet, kunnen worden geconcludeerd dat artikel 24, tweede lid, van de Vw 2000 en beleidsonderdeel B1/9.4 van de Vc 2000 tezamen een wettelijk voorschrift voor het in behandeling nemen van de aanvraag bevatten. De rechtbank is van oordeel dat de wetgever met de zinsnede ‘door Onze Minister te geven regels’ in artikel 24, tweede lid, van de Vw 2000 heeft bedoeld om, door middel van delegatie van bevoegdheid, aan de Minister de opdracht te geven om de verplichting tot legesbetaling nader vorm te geven in een algemeen verbindend voorschrift, meer in het bijzonder een ministeriële regeling. Nu de verplichting de leges per kas of pinbetaling ten kantore van de IND te voldoen is opgenomen in beleidsregels, kan dit voorschrift niet worden aangemerkt als een wettelijk vereiste voor het in behandeling nemen van de aanvraag. In zoverre is de aanvraag dan ook in strijd met artikel 4:5, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vw 2000 buiten behandeling gesteld.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen