Rb. 's-Gravenhage 28 oktober 2008, ECLI:NL:RBSGR:2008:BG3332

Verruimde gezinshereniging / artikel 8 EVRM / belangenafweging / bijzondere omstandigheden De rechtbank is van oordeel dat de door verweerder gemaakte belangenafweging de aan de rechtbank toekomende toets niet kan doorstaan. Tussen partijen is niet in geschil dat er sprake is van gezinsleven tussen eiseres en haar adoptiefouders en dat het bestreden besluit een inmenging oplevert in het recht op eerbiediging van dat familie- of gezinsleven. Enkel doordat eiseres ten tijde van de bekrachtiging van haar adoptie meerderjarig geworden was, heeft zij door die adoptie niet de Nederlandse nationaliteit verkregen (artikel 5, eerste lid, onder d, van de Rijkswet op het Nederlanderschap). Onbestreden is dat deze late bekrachtiging van het adoptievonnis niet aan eiseres of haar ouders kan worden toegerekend. Deze bijzondere omstandigheden (de adoptie en de late bekrachtiging daarvan buiten toedoen van eiseres en haar ouders) heeft verweerder naar het oordeel van de rechtbank ten onrechte niet van doorslaggevend belang laten zijn bij de belangenafweging in het kader van de toetsing ingevolge het bepaalde artikel 8 van het EVRM. De rechtbank vermag niet in te zien dat het door verweerder gevoerde restrictieve toelatingsbeleid in het gedrang komt dan wel dat het economisch welzijn van Nederland op zodanige wijze wordt geschaad dat die belangen moeten prevaleren. Daarbij wordt in aanmerking genomen dat eiseres al sinds jaren in haar eigen onderhoud voorziet. Beroep gegrond.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen