Rb. 's-Gravenhage 23 oktober 2008, ECLI:NL:RBSGR:2008:BG2324

Verblijfsvergunning bepaalde tijd regulier, intrekking met terugwerkende kracht datum verlening, valse identiteit en documenten / Art. 8 EVRM, geen inmenging, geen positieve verplichting Eisers verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd is na jaren, met terugwerkende kracht tot datum verlening, ingetrokken omdat hij onjuiste gegevens heeft verstrekt. Ten aanzien van artikel 8 van het EVRM is rechtbank van oordeel dat verweerder op goede gronden heeft geoordeeld dat er geen sprake is van inmenging in het recht op familie- of gezinsleven, nu eiser met de intrekking van de aan hem op basis van een valse identiteit en valse documenten verleende verblijfsvergunning, met terugwerkende kracht moet worden geacht nimmer in het bezit te zijn geweest van een verblijfsvergunning die hem (feitelijk) tot uitoefening van dat gezinsleven in staat stelde. Met verweerder is de rechtbank van oordeel dat het niet aanvaardbaar is dat een betrokkene zichzelf op onrechtmatige wijze een sterkere positie zou kunnen verschaffen dan die hij gehad zou hebben indien hij geen onjuiste gegevens zou hebben verstrekt. De rechtbank acht het dan ook onaanvaardbaar dat eiser in een gunstigere positie zou worden geplaatst dan vreemdelingen die geen valse identiteit en/of documenten gebruiken en nimmer in het bezit zijn geweest van een verblijfsvergunning, bij wie geen inmenging wordt aangenomen, terwijl bij eiser juist (enkel) vanwege het gebruiken van valse identiteit en documenten inmenging zou worden aangenomen. Bij haar oordeel heeft de rechtbank, naast de voornoemde argumenten, tevens in aanmerking genomen de uitspraak van de voormalige REK van 25 september 1997, AWB 97/5074, RV 1997, 23. Geen sprake van positieve verplichting.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen