Rb. 's-Gravenhage 24 oktober 2008, ECLI:NL:RBSGR:2008:BG1998

Verdachte en zijn medeverdachten hebben zich schuldig gemaakt aan valsheid in geschrift en oplichting van de Ministeries van VWS en Financiën en de BNG en daardoor de Staat benadeeld voor een bedrag van € 21.921.459,-. Onder vigeur van de stichting waarbij medeverdachte [verdachte 2] werkzaam was werden (geantedateerde) aanvragen bij het Ministerie van VWS ingediend tot verstrekking van rijksgaranties voor leningen bij de Bank Nederlandse Gemeenten voor de financiering van projecten in de gehandicaptenzorg. Een van de verdachten was als ambtenaar werkzaam op het betreffende ministerie en heeft aldaar middels valse documenten en door na te laten voorgeschreven procedures te volgen bewerkstelligd dat de rijksgaranties werden verleend, op basis van een regeling die reeds was afgeschaft. Middels een stichting die de schijn wekte gerechtigd te zijn de rijksgegarandeerde leningen te ontvangen zijn verdachte en zijn mededaders erin geslaagd de betreffende gelden onder hun bereik te krijgen. De door de BNG afgegeven rijksgegarandeerde leningen zijn via laatstgenoemde stichting direct doorgesluisd naar besloten vennootschappen waarin verdachte belangen had. Deze gelden zijn vervolgens gestoken in allerlei -niet zorggerelateerde- investeringen. Doordat de afbetalingen aan de BNG niet meer konden worden gedaan, is het Ministerie van VWS op zijn garantstelling aangesproken. Op geen enkele wijze is in het dossier terug te zien dat verdachten, zoals zij hebben aangevoerd, op enig moment hebben gedacht de gelden aan de zorg ten goede te laten komen. De rechtbank neemt het verdachte en zijn medeverdachten zeer kwalijk dat zij misbruik hebben gemaakt van een regeling die was bedoeld om voorwaarden te scheppen voor financiering van instellingen in de zorg voor een kwetsbare groep als gehandicapten en zij hierdoor het Ministerie van VWS en uiteindelijk de samenleving hebben benadeeld voor dit enorme bedrag. Ergerlijk is voorts dat verdachte de aard van al deze gelden stelselmatig heeft verhuld, waardoor hij zich aan gewoontewitwassen schuldig heeft gemaakt. Uit het dossier komt het beeld naar voren dat verdachte de drijvende kracht is geweest achter voorgaand crimineel handelen hetgeen de rechtbank hem zwaar aanrekent. Onderdeel daarvan vormt voorts de omkoping van een ambtenaar op het Ministerie van VWS die een sleutelrol heeft gespeeld in de totstandkoming van deze reeks van delicten. Door diens kennis van de gang van zaken binnen het Ministerie, van de wijze waarop aanvragen tot het verstrekken van garanties werden gecontroleerd en door zijn wetenschap van de omstandigheid dat bij die controle in belangrijke mate werd vertrouwd op de onkreukbaarheid van de medewerkers, is het mogelijk geweest dat de betreffende bedragen in handen van onder meer verdachte zijn gevallen. Verdachte heeft zich hierbij kennelijk laten leiden door het verlangen naar geldelijk gewin. Bij voormeld crimineel handelen heeft verdachte het evenwel niet gelaten. In zijn positie als penningmeester van Stichting [.....] heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan valsheid in geschrift en verduistering. De omvang van het verduisterde bedrag is nog niet geheel duidelijk geworden maar zal naar het zich laat aanzien het bedrag van een miljoen euro overstijgen. De rechtbank acht het zeer kwalijk dat verdachte zich dergelijke bedragen van een stichting met ideëel oogmerk heeft toegeëigend. Het betreffen hier gelden onder meer afkomstig van donaties door gezinsleden van gehandicapten en legaten. Dergelijk handelen door een bestuurder van een ideële organisatie schaadt het vertrouwen dat voor die organisaties van groot belang is. Temeer verwerpelijk is het handelen van verdachte nu deze stichting zich bezighoudt met de zorg voor een kwetsbare groep als gehandicapten.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen