Rb. 's-Gravenhage 14 oktober 2008, ECLI:NL:RBSGR:2008:BG1445

Belang van mvv-vereiste bij aanvraag die wordt aangemerkt als aanvraag om eerste toelating / artikel 8 EVRM Eiseres heeft verzocht om wijziging van de beperking van de aan haar verleende verblijfsvergunning in voorgezet verblijf. Nu zij haar aanvraag te laat heeft ingediend en de termijnoverschrijding niet verschoonbaar is, heeft verweerder terecht overwogen dat de aanvraag moet worden aangemerkt als een aanvraag om eerste toelating. Verweerder heeft voorts in redelijkheid kunnen afzien van vrijstelling van het mvv-vereiste op grond van artikel 3.71 lid 4 van het Vb 2000. Het tegenwerpen van het mvv-vereiste levert slechts in uitzonderlijke gevallen schending van artikel 8 EVRM op, omdat de uit het mvv-vereiste voortvloeiende verplichting Nederland te verlaten in beginsel tijdelijk van aard is. Deze hoofdregel ziet met name op die gevallen waarin de vreemdeling niet eerder rechtmatig verblijf heeft gehad en voor het eerst om toelating tot Nederland verzoekt. Verweerder dient bij het stellen van het mvv-vereiste in een geval als het onderhavige zich er rekenschap van te geven dat deze situatie alleen naar nationaal recht gelijkgesteld wordt met een eerste toelating. Voor de toepassing van artikel 8 EVRM kan het belang van de Nederlandse Staat bij het stellen van het mvv-vereiste in een zaak als deze niet op één lijn worden gesteld met dat bij een ‘echte’ eerste toelating. Een situatie ter voorkoming waarvan het mvv-vereiste in het leven is geroepen, te weten dat een vreemdeling de overheid bij haar onderzoek of de vreemdeling aan alle vereisten voor verblijfsaanvaarding voldoet, door diens illegale aanwezigheid alhier met alle gevolgen van dien voor een voldongen feit plaatst, doet zich niet voor. In een situatie als deze is de vreemdeling immers reeds toegelaten en heeft hij ook rechtmatig verblijf gehad. De rechtbank is van oordeel dat verweerder in het onderhavige geval terecht heeft gesteld dat het tegenwerpen van het mvv-vereiste geen schending van artikel 8 EVRM oplevert. De termijn voor het indienen van de aanvraag om wijziging van de beperking is met twee jaar en acht maanden overschreden. Verder moet in aanmerking worden genomen dat de weigering om eiseres van het mvv-vereiste vrij te stellen voor haar niet betekent dat uitoefening van het gezinsleven in Nederland nimmer zal worden toegestaan. Er is voorts geen sprake is van objectieve belemmeringen om het gezinsleven - tijdelijk - in Marokko uit te oefenen. Zij heeft immers vanaf haar geboorte tot haar komst naar Nederland in 1999 in Marokko gewoond. Tevens moet meewegen dat geen van beide kinderen van eiseres rechtmatig verblijf heeft (gehad) in Nederland. Beroep ongegrond. Afwijzing vovo.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen