Rb. 's-Gravenhage 18 september 2008, ECLI:NL:RBSGR:2008:BF3808
Mvv-vereiste / procesbelang / handelwijze bestuursorgaan 1. Eiser, van Jordaanse nationaliteit, beoogt verblijf bij zijn Nederlandse echtgenote te verkrijgen. Een daartoe ingediende mvv-aanvraag is afgewezen. Daarbij is getoetst aan de voorwaarden die gelden voor het verkrijgen van een verblijfsvergunning regulier onder de beperking gezinshereniging of gezinsvorming. De afwijzingsgrond is gelegen in het niet voldoen aan die voorwaarden. Het tegen de afwijzing gemaakte bezwaar is bij het thans bestreden besluit ongegrond verklaard. Het beroep is behandeld ter zitting op 25 januari 2008 en – na heropening – op 11 juni 2008. Nadien is het onderzoek andermaal heropend. 2. Verweerder heeft ter zitting op 11 juni 2008 primair gesteld dat eiser geen belang heeft bij een inhoudelijke beoordeling van het bestreden besluit; eiser bevindt zich in Nederland en heeft derhalve geen belang bij het verkrijgen van een mvv die ertoe strekt toegang tot Nederland te krijgen. Daarnaast heeft eiser volgens verweerder ook geen procesbelang, omdat hij niet mvv-plichtig is. 3. De rechtbank heeft geoordeeld dat in de door verweerder aangehaalde uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 19 september 2005 (LJN AU3541) geen aanknopingspunten zijn te vinden voor het door verweerder ingenomen standpunt aangaande eisers verblijf in Nederland. De rechtbank heeft voor dat oordeel verwezen naar de Afdelingsuitspraak van 9 november 2004 (LJN AR8488). In die uitspraak is overwogen dat een vreemdeling die naar Nederland komt met het oogmerk zich te vestigen, op het moment van binnenkomst over een geldige mvv dient te beschikken. Het oogmerk zich alhier te vestigen heeft de rechtbank niet aanwezig geacht. 4. Anders dan verweerder heeft gesteld, maakt de stelling dat eiser niet mvv-plichtig is, evenmin dat eiser geen procesbelang (meer) heeft bij een beoordeling van het door hem ingestelde beroep. Verweerder heeft de onrechtmatigheid van het besluit op dit punt weliswaar erkend maar daarmee is de mvv plicht van eiser in de rechtsverhouding tussen eiser en verweerder niet van de baan. 5. Beroep gegrond; vernietiging bestreden besluit; herroeping primair besluit. 6. Tot slot heeft de rechtbank opgemerkt dat verweerder herhaaldelijk in deze procedure van standpunt heeft gewisseld en bovendien tot twee maal toe weigerachtig is geweest om door de rechtbank relevant geachte vragen te beantwoorden. Naar het oordeel past een dergelijke opstelling niet bij een zorgvuldig handelend bestuursorgaan en worden alle bij de betreffende procedure betrokken partijen daardoor onnodig belast.
De uitspraak op rechtspraak.nl