Rb. 's-Gravenhage 5 september 2008, ECLI:NL:RBSGR:2008:BF1035
Artikel 3.52 Vb 2000 / art. 8 EVRM / doel vergunning / objectieve belemmeringen Weigering vergunning voortgezet verblijf na expiratie amv vergunning. Verweerder acht inmenging op het familie- en gezinsleven van eiseres gerechtvaardigd onder meer omdat aan haar slechts een tijdelijke vergunning was verleend. Rechtbank is van oordeel dat verweerder in het bestreden besluit bij de te maken belangenafweging ten onrechte is uitgegaan van het doel van de aan eiseres oorspronkelijke verleende verblijfsvergunning en daaraan een te groot gewicht heeft toegekend. In de uitspraken van de ABRS van 30 oktober 2006 (LJN: AZ1918) en 23 maart 2007 (LJN: BA2163), is geoordeeld dat bij de vraag of sprake is van inmenging, als bedoeld in artikel 8, tweede lid, EVRM niet doorslaggevend is het doel waarvoor een eerdere verblijfstitel is verleend, maar de omstandigheid de vreemdeling, voorafgaand aan het bestreden besluit, over een verblijfstitel beschikte, waardoor deze feitelijk in staat was gezinsleven uit te oefenen. Evenals bij de beantwoording van de vraag of er sprake is van inmenging, staat bij de beantwoording van de vraag of sprake is van een gerechtvaardigde inmenging niet het oogmerk van de verleende vergunning voorop. Uit de jurisprudenite van het EHRM (Boultif, Üner en Sezen) blijkt niet dat de aard van de verleende verblijfsvergunning tot de aandachtspunten behoort die in de afweging of de inmenging gerechtvaardigd is, moet worden betrokken. Evenmin blijkt uit de jurisprudentie van het EHRM dat in geval van een inmenging op het recht op familie- en gezinsleven relevant is of er objectieve belemmeringen zijn om het familie- en gezinsleven buiten Nederland uit te oefenen. Dit criterium kan niet zonder meer gelijk worden gesteld aan het door het EHRM gehanteerde criterium van de ernst van de moeilijkheden welke de echtgeno(o)t(e) en de kinderen zullen ondervinden in het land van de vreemdeling. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder in het bestreden besluit onvoldoende aandacht besteed aan de mogelijke gevolgen die de verblijfsbeëindiging met zich brengt voor de echtgenoot en het nog jonge kind van eiseres, in het bijzonder wat betreft de ernst van de moeilijkheden die zij zullen ondervinden als zij besluiten het gezinsleven in Angola uit te oefenen. Beroep gegrond.
De uitspraak op rechtspraak.nl