Rb. 's-Gravenhage 10 september 2008, ECLI:NL:RBSGR:2008:BF0902
Bewaring / uitlezen mobiele telefoon / bevoegdheid / 5:18 Awb / 8 EVRM Eiser is op 9 augustus 2008 met het oog op uitzetting in bewaring gesteld. Op 11 augustus 2008 - tijdens de bewaring - is de mobiele telefoon van eiser uitgelezen. Deze telefoon is eerder, kennelijk tijdens het strafrechtelijk voortraject door eiser aan een politiefunctionaris ter hand is gesteld. De rechtbank overweegt dat voor het in beslag nemen van een mobiele telefoon geen wettelijke grondslag kan worden gevonden in de Vreemdelingenwet. Ook kan in de Vreemdelingenwet geen bevoegdheid voor het uitlezen van de mobiele telefoon tijdens de inbewaringstelling gevonden worden. In het bijzonder kan het bepaalde in artikel 50 vijfde lid Vreemdelingenwet niet als grondslag gelden, nu laatstgenoemde bepaling naar aard en strekking ziet op bevoegdheden van verweerder tijdens de ophoudingsfase. Verbalisant heeft in het proces-verbaal van 20 augustus 2008 aangegeven de bevoegdheid tot het doen van onderzoek te ontlenen aan artikel 5:18 van de Algemene wet bestuursrecht. De rechtbank overweegt dat het uitlezen van een telefoon en het noteren van de resultaten hiervan een inbreuk op de persoonlijke levenssfeer van de vreemdeling vormen. Voor zover en indien al gezegd kan worden dat laatstvermelde bepaling een toereikende, specifieke wettelijke grondslag biedt voor het uitlezen van een mobiele telefoon van een vreemdeling, dient in ieder geval te worden nagegaan of in het onderhavige geval voldoende acht is geslagen op de waarborgen die verankerd liggen in artikel 8 EVRM. In dat licht dient te worden bezien of bedoeld onderzoek noodzakelijk kan worden geacht, of het proportioneel is en voorts of het voldoet aan de eisen van subsidiariteit, in die zin dat aan verweerder geen andere, passende middelen ter beschikking staan om bedoelde gegevens te achterhalen. In het onderhavige geval is niet gebleken dat verweerder een afweging hieromtrent heeft gemaakt. Dit leidt tot de conclusie dat bedoeld onderzoek onrechtmatig moet worden geacht wegens een ongerechtvaardigde inbreuk op artikel 8 EVRM. De rechtbank oordeelt vervolgens dat de maatregel van bewaring vanaf het moment van bedoeld onderzoek onrechtmatig moet worden geacht. Hiertoe overweegt de rechtbank dat verweerder blijkens zijn brief van 2 september 2008 de uit bedoeld onderzoek mogelijk (nog) te achterhalen gegevens belangrijk acht voor het zicht op uitzetting en deze kennelijk wenst te gebruiken. Het zicht op uitzetting is alsdus mede gebaseerd op bevindingen die voortvloeien uit een onderzoek dat niet rechtmatig wordt geacht, hetgeen de bewaring onrechtmatig maakt.
De uitspraak op rechtspraak.nl