Rb. 's-Gravenhage 19 augustus 2008, ECLI:NL:RBSGR:2008:BF0790

Mvv-vereiste / artikel 8 EVRM Eiseres heeft aangevoerd dat de weigering om haar verblijfsvergunning te verlengen in strijd is met artikel 8 van het EVRM. Niet in geschil is dat tussen eiseres en haar echtgenoot en kinderen sprake is van gezinsleven in de zin van dit artikel. Verweerder diende gelet daarop een belangenafweging te maken als bedoeld in het tweede lid van dit artikel. Verweerder heeft zich op het standpunt gesteld dat het mvv-vereiste beoogt het algemeen belang te waarborgen dat de overheid bij haar onderzoek of de vreemdeling aan alle verblijfsvoorwaarden voldoet, niet reeds door diens onrechtmatig verblijf alhier met alle gevolgen van dien voor een voldongen feit wordt geplaatst. De omstandigheid dat eiseres zonder rechtmatig verblijf het gezinsleven in Nederland heeft uitgeoefend dient volgens verweerder voor haar rekening en risico te komen. De rechtbank overweegt in dit verband dat eiseres op 30 augustus 2000 met een geldige mvv Nederland is ingereisd en dat zij tot het primaire besluit van 27 oktober 2004 rechtmatig in Nederland heeft verbleven. Zij heeft dus het merendeel van de periode waarin zij gezinsleven heeft uitgeoefend rechtmatig verblijf gehad. Naar het oordeel van de rechtbank kan de situatie van eiseres dus niet op één lijn gesteld worden met de situatie van een vreemdeling die door een illegale inreis de overheid voor een voldongen feit stelt, zodat het algemeen belang waar verweerder naar heeft verwezen in dit geval gerelativeerd kan worden. Ook heeft verweerder, nu eiseres het gezinsleven al had aangevangen en gedurende ruim vier jaar had uitgeoefend voordat de rechtmatigheid aan haar verblijf kwam te ontvallen, ten onrechte gesteld dat eiseres haar gezinsleven zonder rechtmatig verblijf heeft uitgeoefend. Gelet daarop valt niet in te zien dat dit voor rekening en risico van eiseres zou moeten komen. Volgens vaste jurisprudentie van de AbRS levert het tegenwerpen van het mvv-vereiste slechts in uitzonderlijke gevallen schending van artikel 8 van het EVRM op, omdat uit de uit het mvv-vereiste voortvloeiende verplichting Nederland te verlaten in beginsel tijdelijk van aard is. Verweerder heeft gesteld dat niet is gebleken dat niet van eiseres mag worden verwacht dat zij tijdelijk terugkeert naar Sri Lanka. Verweerder is daarbij echter niet ingegaan op de stelling van eiseres, onderbouwd door de door haar overgelegde informatie van Bureau Jeugdzorg, dat, indien zij zonder haar kinderen naar Sri Lanka zal vertrekken, haar kinderen uit huis geplaatst zullen worden. Ten aanzien van het standpunt van verweerder dat eiseres haar kinderen ook kan meenemen naar Sri Lanka, overweegt de rechtbank dat, nog daargelaten of het eiseres gelet op de huidige onder toezicht stelling van de kinderen zal zijn toegestaan haar kinderen mee te nemen naar Sri Lanka, te verwachten valt dat dit geen gunstige uitwerking zal hebben op de huidige gezinssituatie. Gelet op het voorgaande is het bestreden besluit ook op dit punt onvoldoende gemotiveerd.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen