Rb. 's-Gravenhage 29 augustus 2008, ECLI:NL:RBSGR:2008:BF0788

Vennootschapsbelasting 2004. Thincapregeling. 1. Eiseres heeft in erfpacht een terrein verworven ten behoeve van de beoefening van de golfsport. Alle aandelen in eiseres worden gehouden door de vereniging Golfclub X (de vereniging). Voor de verwerving van (het erfpachtsrecht op) het terrein is eiseres leningen aangegaan, waaronder een lening van de vereniging. 2. In geschil is of de renteaftrekbeperking van artikel 10d van de Wet Vpb 1969 op eiseres van toepassing is. 3. Vaststaat dat bij eiseres sprake is van een ‘teveel aan vreemd vermogen’ in de zin van artikel 10d, lid 4 juncto lid 1, van de Wet. 4. Nu vaststaat dat de vereniging alle aandelen in eiseres bezit, heeft de vereniging te gelden als een met eiseres verbonden lichaam in de zin van artikel 10d, lid 3, van de Wet. Het betoog van eiseres dat de vereniging geen ‘lichaam’ is in de zin van artikel 10d, lid 3, van de Wet nu de vereniging niet een belastingplichtig lichaam is en daarmee niet een ‘lichaam’ in de zin van artikel 1 van de Wet, faalt. Met het begrip ‘lichaam’ in artikel 10a, lid 4, van de Wet heeft de wetgever immers niet uitsluitend willen aanknopen bij lichamen die daadwerkelijk belastingplichtig zijn, maar heeft hij ook gedacht aan lichamen die niet-belastingplichtig zijn, maar dat wel zouden kunnen zijn. De vereniging is een zodanig lichaam. 5. Volgens artikel 2:24b BW is een groep ‘een economische eenheid waarin rechtspersonen en vennootschappen organisatorisch zijn verbonden’. De kwalificatie als ‘groep’ in de zin van artikel 2:24b BW geldt naar de duidelijke tekst van artikel 10d, lid 2, van de Wet onverkort voor de toepassing van laatstgenoemde bepaling. In dit geval is aan alle essentiële elementen van het groepsbegrip voldaan aangezien de vereniging alle aandelen in eiseres houdt, zowel de vereniging als eiseres zich statutair en feitelijk richten op de uitoefening van de golfsport, eiseres economisch een verlengstuk is van de vereniging en de vereniging beleidsbepalend is in eiseres. Uit de uitlatingen van de staatssecretaris van Financiën tijdens de parlementaire behandeling van wetsvoorstel 29 210 dat heeft geleid tot het Belastingplan 2004, waarbij artikel 10d in de Wet is opgenomen, kan niet worden afgeleid dat naar de bedoeling van de wetgever geen sprake is van verbondenheid in een groep indien de betrokken rechtspersonen en vennootschappen niet (feitelijk) een geconsolideerde jaarrekening opstellen. Ten slotte verwerpt de rechtbank het betoog van eiseres dat de vereniging geen verbonden lichaam is omdat eiseres ‘uiteindelijk leent van de leden’. 6. Vaststaat dat de concerntoets van artikel 10d, lid 5, van de Wet niet leidt tot een voor eiseres gunstiger resultaat. 7. Beroep ongegrond.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen