Rb. 's-Gravenhage 19 augustus 2008, ECLI:NL:RBSGR:2008:BF0147

Bewaring / Marokko / Onrechtmatige staandehouding De rechtbank overweegt dat het aangehaalde proces-verbaal het niet mogelijk maakt vast te stellen het verzoek aan eiser om zijn legitimatiebewijs te tonen, voorafgaand aan de staandehouding, is gedaan ter controle of naleving van andere wetten dan de Vw 2000 danwel ter uitoefening van de Politiewet. Voorzover verweerder heeft betoogd dat de staandehouding plaatsvond in het kader van de uitvoering van de taken die haar op grond van de Politiewet waren opgedragen, slaagt deze stelling niet. De enkele mededeling aan de meldkamer dat een man zich in de omgeving van de Morsestraat verdacht zou ophouden is, ook tijdens de nachtelijke uren, daartoe niet voldoende. Bij de melding die bij de meldkamer binnenkwam was geen signalement gegeven. Uit het proces-verbaal blijkt enkel dat op het moment dat de verbalisanten ter plaatse waren een onbekende man in de Franklinstraat liep. Niet uitgesloten is dat er in de omgeving van de Morsestraat meer mannen op straat liepen. Voorts blijkt uit het proces-verbaal dat is opgemaakt dat de grond voor de aanhouding is geweest overtreding van artikel 2 van de Wet op de identificatieplicht en van artikel 34, lid 1 B, Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschrift (WAHV). Weliswaar staat in het proces-verbaal dat deze vordering werd gedaan in het kader van artikel 34 WAHV, doch dat artikel verwijst naar het niet voldoen aan een vordering van een aangewezen toezichthouder. Derhalve blijkt niet in welk kader de desbetreffende vordering werd gedaan en waarom deze noodzakelijk was voor een redelijke taakuitoefening. Uit het voorgaande volgt dat het ervoor moet worden gehouden dat de controle op de identiteit van eiser heeft plaatsgevonden in het kader van de uitoefening van de bevoegdheid neergelegd in artikel 50, eerste lid, Vw 2000. Een dergelijke controle kan echter eerst plaatsvinden indien sprake is van een redelijk vermoeden van illegaal verblijf als bedoeld in artikel 50 Vw 2000. Aan de omstandigheid dat eiser rond middernacht op straat liep kan geen redelijk vermoeden van illegaal verblijf worden ontleend. Eiser is dan ook onrechtmatig staande gehouden. Voorzover eiser zich nadien mogelijk schuldig heeft gemaakt aan een strafbaar feit leidt dat er niet toe dat de staandehouding alsnog rechtmatig moet worden geoordeeld. Beroep gegrond.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen