Rb. 's-Gravenhage 9 juli 2008, ECLI:NL:RBSGR:2008:BE9730
Op grond van in Ghana afgelegde nadere verklaringen (affidavits) die dateren van na de beslissing op bezwaar moet worden geoordeeld dat onvoldoende feitelijke grondslag meer aanwezig is voor verweerders oordeel dat eisers ouders in een traditioneel huwelijk met elkaar gehuwd waren. De Nederlandse rechter moet zich richten naar de rechtskracht die in het Ghanese recht aan dergelijke verklaringen toekomt. Met dat uitgangspunt verdraagt zich niet dat nadere affidavits, indien deze ongemotiveerd afwijken van eerder door dezelfde personen over dezelfde feiten afgelegde verklaringen, door verweerder stelselmatig als van onwaarde terzijde worden gelegd. Nu verweerder op die nadere affidavits niet inhoudelijk heeft gereageerd, hoewel door de rechtbank daartoe uitdrukkelijk uitgenodigd, gaat de rechtbank er vanuit dat verweerder zijn standpunt heeft gehandhaafd. Gegrondverklaring van het beroep wegens onvoldoende draagkrachtige motivering van de beslissing op bezwaar.
De uitspraak op rechtspraak.nl