Rb. 's-Gravenhage 17 juni 2008, ECLI:NL:RBSGR:2008:BE9673
Verblijf als kennismigrant / vereist bruto jaarsalaris Ter beoordeling aan de rechtbank staat vervolgens de vraag of verweerder zich in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat de aanvraag terecht is afgewezen, waaraan de motivering ten grondslag is gelegd dat het in het geval van eiser niet aannemelijk is dat het overeengekomen salaris daadwerkelijk aan hem zal worden betaald door referent en het evenmin aannemelijk is dat deze laatste aan zijn verplichtingen, voortvloeiende uit de verklaring, zal voldoen. Gelet op het voor de kennismigrantenregeling vooropgestelde looncriterium, is naar het oordeel van de rechtbank voor de beantwoording van de vraag of daadwerkelijk uitvoering zal worden gegeven aan de arbeidsovereenkomst, ten eerste van belang welke stukken hieromtrent door eiser zijn overgelegd. Blijkens het dossier heeft eiser twee arbeidsovereenkomsten voor onbepaalde tijd overgelegd, d.d. 27 oktober 2005 en 1 maart 2007, met een bruto maandsalaris van € 3549,38. Voorts heeft eiser achtereenvolgens aan verweerder doen toekomen een rapport van de jaarrekening van referent over het jaar 2005, salarisspecificaties van eiser alsmede betaallijsten van de administratie van referent – beide van de maanden maart tot en met november 2007 – en een kopie van een getuigschrift van eiser. De rechtbank leidt uit de overgelegde arbeidsovereenkomsten af dat het in het geval van eiser gaat om een bruto jaarloon van € 45.999,96. Indien dit loon daadwerkelijk aan eiser wordt uitbetaald dan is daarmee naar het oordeel van de rechtbank voldaan aan het looncriterium zoals dit ingevolge artikel 1d, eerste lid, aanhef en onder a, Besluit uitvoering Wav juncto artikel 3.4, eerste lid, onder y, Vb 2000 en het beleid in hoofdstuk B15 Vc 2000 geldt voor toelating tot de kennismigrantenregeling. De vraag naar de marktconformiteit van het salaris kan, mede gelet op het feit dat dit niet met zoveel woorden staat genoemd in de Nota van Toelichting, noch in het beleid in hoofdstuk B15 Vc 2000, naar het oordeel van de rechtbank slechts een van de omstandigheden vormen in de beoordeling of daadwerkelijk uitvoering zal worden gegeven aan de arbeidsovereenkomst, waarbij het derhalve niet zonder meer als enige en/of doorslaggevende maatstaf heeft te gelden. Beroep gegrond.
De uitspraak op rechtspraak.nl