Rb. 's-Gravenhage 2 april 2008, ECLI:NL:RBSGR:2008:BE9235
De door eiser, een projectontwikkelaar, aan haar vordering ten grondslag gelegde feiten en omstandigheden laten naar het oordeel van de rechtbank niet de conclusie toe dat het Cuypersgenootschap, een vereniging tot behoud van cultuurgoed in Nederland, misbruik heeft gemaakt van zijn wettelijke bevoegdheden op grond van de Monumentenwet 1988. Het pand waarvan aanwijzing tot rijksmonument is gevraagd behoort onmiskenbaar tot het erfgoed dat het Cuypersgenootschap krachtens zijn statutaire doelstelling beoogt te beschermen, los van de bouwkundige staat waarin het zich thans bevindt. Dat het door de wens tot cultuurbehoud ingegeven belang van het Cuypersgenootschap parallel loopt met dat van de eigenaar van het buurpand, die zich in een bestuursrechtelijke procedure tegen sloop heeft verzet, is evident. Daarom kan niet worden gezegd dat het Cuypersgenootschap zijn aanvraag heeft ingediend met geen ander doel dan eiser te schaden of alleen met het doel om het belang van (een) omwonende(n) te dienen. Dat de aanvraag volledig kansloos is, staat niet vast. Niet kan worden geconcludeerd dat het Cuypersgenootschap onbetamelijk heeft gehandeld door zijn aanvraag in te dienen. Zonder onrechtmatig handelen van het Cuypersgenootschap kan wegens dat handelen aan de bestuurders geen persoonlijk verwijt worden gemaakt. Hun optreden was dus jegens eiser evenmin onrechtmatig.
De uitspraak op rechtspraak.nl