Rb. 's-Gravenhage 5 augustus 2008, ECLI:NL:RBSGR:2008:BD9346
Mvv-aanvraag / Afghanistan / verblijf bij zoon / 3.25 Vb (ouderenbeleid) / bezwaarfase Eiseres, van Afghaanse nationaliteit heeft een mvv-aanvraag voor verblijf bij zoon ingediend, evenals haar twee dochters AWB 07/31340 en AWB 07/31347). In geschil is de vraag of eiseres voldoet aan de voorwaarden van het ouderenbeleid zoals neergelegd in artikel 3.25 van het Vb. De rechtbank leidt uit de Nota van toelichting bij het Vb en de samenhang tussen beide voorwaarden van artikel 3.25, eerste lid, sub a en sub b van het Vb af dat in de situatie waarin kinderen van een bejaarde vreemdeling zich zowel in Nederland als in het land van herkomst bevinden, nagegaan moet worden of een kind in het land van herkomst kan voorzien in de opvang. Indien dit niet zo is, en verder vrijwel alle kinderen rechtmatig in Nederland verblijven, is gezinshereniging met het in Nederland wonende kind mogelijk. De rechtbank stelt vast dat niet in geschil is dat esieres ten tijde van de aanvraag weduwe is en ouder was dan 65 jaar en dat haar dochters ten tijde van de aanvraag om een mvv minderjarig waren. De rechtbank constateert dat verweerder niet is ingegaan op de argumenten waarom de dochters van eiseres niet voor haar kunnen zorgen. Naar het oordeel van de rechtbank is dit wel van belang. Indien de dochters, vanwege hun positie en leeftijd, geen opvang aan hun moeder kunnen bieden, heeft eiseres alleen nog referent die wel opvang aan eiseres kan bieden. Dan wordt voldaan aan het criterium in onderdaal a van het eerste lid van artikel 3.25 Vb. Dat er niet meer kinderen van eiseres dan alleen referent in Nederland verblijven, kan in het geval de twee dochters in het land van herkomst niet in de opvang van eiseres kunnen voorzien daar niet aan afdoen. Het enkel verwijzen door verweerder naar de twee dochters in Afghanstan met als conclusie dat het merendeel van de kinderen niet in Nederland woont gaat in dit geval voorbij aan de samenhang tussen beide voorwaarden. Besluit is onvoldoende gemotiveerd. Voorts is de rechtbank van oordeel dat de voorbereiding van het besluit, met name het horen voordat de bezwaargronden bij verweerder bekend waren, onzorgvuldig is geweest. Beroep is gegrond.
De uitspraak op rechtspraak.nl