Rb. 's-Gravenhage 11 juli 2008, ECLI:NL:RBSGR:2008:BD9116
Mvv-vereiste / artikel 8 EVRM / niet-tijdig ingediende verlengingsaanvraag Naar het oordeel van de rechtbank dient verweerder bij het stellen van het mvv-vereiste in een geval als het onderhavige, zijnde een niet-tijdig ingediende verlengingsaanvraag, zich er rekenschap van te geven dat deze situatie alleen naar nationaal recht gelijkgesteld wordt met een eerste toelating. Voor de toepassing van artikel 8 van het EVRM kan het belang van de Nederlandse Staat bij het stellen van het mvv-vereiste in een geval als het onderhavige niet op één lijn worden gesteld met dat van een ‘echte’ eerste toelating. Een situatie ter voorkoming waarvan het mvv-vereiste in het leven is geroepen, te weten dat een vreemdeling de overheid bij haar onderzoek of de vreemdeling aan alle vereisten voor verblijfsaanvaarding voldoet, door diens illegale aanwezigheid alhier met alle gevolgen van dien voor een voldongen feit plaatst, doet zich niet voor. In een situatie als deze is de vreemdeling immers reeds toegelaten en heeft hij ook rechtmatig verblijf gehad. Deze andere weging van het belang bij het mvv-vereiste blijkt ook uit het feit dat dit vereiste niet had gegolden als eiseres haar aanvraag drie weken eerder had ingediend.
De uitspraak op rechtspraak.nl