Rb. 's-Gravenhage 19 mei 2008, ECLI:NL:RBSGR:2008:BD8741

Per 1 januari 2003 is de grondslag voor vaststelling van de hoogte van de inkomensafhankelijke bijdrage die verzekerden die verblijven in een op grond van de AWBZ toegelaten instelling verschuldigd zijn gewijzigd. Het uitgangspunt van het Bijdragebesluit zorg is dat het verzamelinkomen wordt verhoogd met een correctie voor buitengewone uitgaven (waaronder ziektekosten). Dit uitgangspunt is voor het eerst toegepast op degenen die vanaf 1 januari 2005 in een AWBZ-instelling zijn opgenomen. Voor verzekerden die op 31 december 2004 een eigen bijdrage verschuldigd waren is een overgangsregeling getroffen. Deze regeling is door de wetgever per 1 januari 2008 beëindigd. Niet kan worden geoordeeld dat de verhoging van de eigen bijdrage per 1 januari 2008 die hiervan het gevolg is, ook al is deze verhoging zeer aanzienlijk, in strijd is met de rechtszekerheid. De voorzieningenrechter neemt daarbij in aanmerking dat de wetgever juist met het oog op verzekerden zoals eiser een overgangsregeling heeft getroffen. Daarnaast heeft de staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport op aandringen van de Tweede Kamer de inkomenseffecten van het aflopen van de overgangsregeling verzacht via een gewenningsbijdrageregeling over de maanden januari tot en met april 2008 (Kamerstukken Tweede Kamer, 2007/2008, 31 294, nr. 5). De stelling van eiser dat hij niet is geïnformeerd over de verhoging van de eigen bijdrage die per 1 januari 2008 zou plaatsvinden, kan, wat daarvan ook zei, niet leiden tot een nadere overgangstermijn zoals eiser heeft beoogd. De eigen bijdrage is in dit geval immers conform de wettelijke regeling vastgesteld.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen