Rb. 's-Gravenhage 25 januari 2008, ECLI:NL:RBSGR:2008:BD7965

Bij besluit heeft verweerder van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering eisers WAO-uitkering in verband met uit werkzaamheden verworven inkomsten op nihil gesteld. Op basis van de hieraan ten grondslag liggende rapportage van arbeidsdeskundige staat vast dat aan eiser onverchuldigd een WAO-uitkering is uitbetaald. Zonder arbeidskundige onderbouwing is niet deugdelijk gemotiveerd dat eiser in de periode minder dan 15 % arbeidsongeschikt was. Daarmee berust de handhaving van het besluit tot terugvordering voor zover het meergenoemde periode betreft evenmin op een deugdelijke motivering. De rechtbank ziet geen aanknopingspunten dat verweerder bij de berekening van eisers draagkracht van een onjuiste maatstaf is uitgegaan. Van een dringende reden om af te zien van terugvordering van de WAO is hier geen sprake, nu van onaanvaardbare gevolgen van de terugvordering niet is gebleken. Verklaart het beroep gericht tegen de handhaving van de terugvordering over de periode alsmede de vaststelling van eisers aflossingscapaciteit ongegrond. Draagt verweerder op met inachtneming van deze uitspraak een nieuwe beslissing op bezwaar te nemen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen