Rb. 's-Gravenhage 13 mei 2008, ECLI:NL:RBSGR:2008:BD7543
Partijen hebben een aannemingsovereenkomst gesloten. Er is een geschil ontstaan over de afwikkeling van hun overeenkomst. Voor de oplossing van dit geschil hebben zij zich tot een mediator gewend. Partijen en de mediator hebben een mediationovereenkomst gesloten waarin onder meer staat dat partijen en de mediator jegens elkaar de inspanningsverplichting op zich nemen het geschil op te lossen door mediation comform het NMI Mediation Reglement. Voorts vermeldt de mediationovereenkomst dat een ingevolge de mediation in der minne bereikte oplossing van het geschil zal worden vastgelegd in een daartoe strekkende, schriftelijke vaststellingsovereenkomst. Eiseres vordert in dit kort geding nakoming van de tussen partijen gesloten vaststellingsovereenkomst. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter hebben partijen geen vaststellingsovereenkomst als bedoeld in artikel 14 van het NMI (Nederlands Mediation Instituut)-reglement gesloten. Afhankelijk van de omstandigheden van het geval is het mogelijk dat de door gedaagde aangehaalde bepalingen van de mediationovereenkomst of het NMI-reglement buiten toepassing moeten blijven omdat onverkorte gelding daarvan naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn (zie artikel 6:248 lid 2 van het Burgerlijk Wetboek). Voor deze uitzondering op de hoofdregel van gebondenheid van partijen aan hun overeenkomst bestaat in dit kort geding echter onvoldoende grond.
De uitspraak op rechtspraak.nl