Rb. 's-Gravenhage 8 juli 2008, ECLI:NL:RBSGR:2008:BD7243

Ongewenstverklaring / EU onderdaan / Richtlijn 2004/38 EG Eiser heeft de Franse nationaliteit. Bij het arrest van het Gerechtshof Amsterdam is onder meer bewezen verklaard dat eiser van 1 oktober 2000 tot 13 februari 2003 cocaïne heeft verkocht en vervoerd en op 13 februari 2003 29,6 kilo cocaïne aanwezig heeft gehad. Eiser is veroordeeld tot zes jaar onvoorwaardelijke gevangenisstraf.Tot medio 2006 heeft eiser in detentie verbleven. Nadien is hij niet teruggekeerd van een proefverlof. De rechtbank overweegt als volgt. Niet in geschil is dat de misdrijven waarvoor eiser is veroordeeld persoonlijke gedragingen van eiser betreffen. In geschil is of deze gedragingen een actuele, werkelijke en voldoende ernstige bedreiging vormen voor een fundamenteel belang van de samenleving als bedoeld in artikel 27, tweede lid, Rl 2004/38. Gelet op de omstandigheden die tot de veroordeling hebben geleid als bedoeld in de arresten van het HvJ EG inzake Bouchereau en Calfa, heeft verweerder kunnen aannemen dat ook thans nog een actuele dreiging van de gedragingen van eiser uitgaat. De rechtbank wijst in dit verband in de eerste plaats op de lange duur van de periode, twee jaar en vier maanden, waarin eiser in cocaïne heeft gehandeld. Voorts wijst de rechtbank op de nadere bewijsoverweging in genoemd arrest waarin het Gerechtshof heeft geoordeeld dat een in de woning, waarin eiser thuis hoorde, aangetroffen bedrag van 390.020,- euro, afkomstig is van onwettige handel en dat eiser niet geloofwaardig heeft aangetoond op welke wijze hij in de periode waarin hij in Nederland woonde, heeft voorzien in zijn levensonderhoud. Gelet op de intensiteit, de omvang en de kennelijke afhankelijkheid van eiser van de handel in cocaïne is zeer aannemelijk dat de kans van herhaling van het stafbare gedrag aanwezig is. Er zijn geen feiten en omstandigheden gebleken of gesteld op grond waarvan zou moeten worden aangenomen dat de actuele bedreiging is verdwenen of verminderd als bedoeld in de arresten van het HvJ EG inzake Orfanopoulos en Cetinkaya. De omstandigheid dat inmiddels vijf jaren zijn verstreken sinds de strafbare gedragingen levert naar het oordeel van de rechtbank, in aanmerking genomen het langdurig handelen in cocaïne en de intensiteit, de omvang en afhankelijkheid daarvan, onvoldoende grond op om dit aan te nemen. Bovendien heeft eiser tot medio 2006 in detentie doorgebracht. De rechtbank wijst er ten slotte op dat eiser, door medio 2006 niet naar de penitentiaire inrichting terug te keren, zich de mogelijkheid heeft ontnomen om te weerleggen dat van zijn gedrag een actuele bedreiging uitgaat. De hierboven genoemde (bewezen verklaarde) gedragingen vormen naar het oordeel van de rechtbank tevens een werkelijke en voldoende ernstige bedreiging voor een fundamenteel belang van de samenleving.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen