Rb. 's-Gravenhage 9 juli 2008, ECLI:NL:RBSGR:2008:BD6640

In de kern komt het betoog van de Stichting c.s. erop neer dat de Staat onrechtmatig jegens hen handelt door het rookverbod ook voor kleine horeca-inrichtingen in te voeren en te handhaven. De vorderingen richten zich tegen de Staat als wetgever en strekken tot het onverbindend doen verklaren van de desbetreffende algemeen verbindend voorschriften, maatregelen van materiële wetgeving. Het is bij uitstek de taak van de wetgever om alle in het geding zijnde argumenten en belangen tegen elkaar af te wegen. Er is geen plaats voor een eigen, 'volle' afweging door de burgerlijke rechter. Beoordeeld dient te worden of de Kroon in redelijkheid tot de bestreden besluiten heeft kunnen komen. Samengevat kan binnen het beperkte kader van dit kort geding niet met de hier vereiste mate van aannemelijkheid worden geconcludeerd dat er sprake is van onevenredigheid of onzorgvuldigheid ten opzichte van de horecabranche in het algemeen of van de kleine horecaondernemers, zoals de Stichting c.s., in het bijzonder of van een gebrekkige motivering van de bestreden besluiten. Goeddeels op dezelfde gronden faalt ook het beroep van de Stichting c.s. op artikel 1 van het Eerste Protocol bij het EVRM. De afweging tussen enerzijds het algemene belang van de bescherming van de volksgezondheid en anderzijds de belangen van de horecaondernemers of bepaalde groepen van hen is niet kennelijk onevenredig uitgevallen. Aangenomen dat hier sprake is van regulering van eigendom in de zin van artikel 1 van het Eerste Protocol, kan dus niet gezegd worden dat in kennelijk onvoldoende mate een fair balance tussen deze belangen is gevonden. Tegen de achtergrond van het hiervoor beschreven juridische kader en het belang van de bescherming van de volksgezondheid dat aan de Tabakswet ten grondslag ligt, is de voorzieningenrechter, marginaal toetsend, met de Staat van oordeel dat de Kroon onder de gegeven omstandigheden in redelijkheid tot het Besluit Uitvoering en het Besluit Intrekking heeft kunnen komen. Deze uitkomst leidt ertoe dat de vorderingen zullen worden afgewezen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen