Rb. 's-Gravenhage 9 juni 2008, ECLI:NL:RBSGR:2008:BD4997

Aanvraag ‘het ondergaan van een medische behandeling’ / paspoort / mvv / hardheidsclausule / horen De aanvraag van eiseres om een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder de beperking “het ondergaan van een medische behandeling” is afgewezen bij besluit van 28 augustus 2006, wegens het ontbreken van een paspoort en een mvv. Verweerder heeft aan het bestreden besluit ten grondslag gelegd een op 9 augustus 2006 uitgebrachte BMA-advies waarin is vermeld dat de verwachting is dat zonder behandeling geen sprake zal zijn van een medische noodsituatie op korte termijn, maar dat zonder behandeling op de middellange termijn een medische noodsituatie in de vorm van psychische decompensatie mogelijk is. Eiseres bestrijdt dit besluit onder verwijzing naar de visie van twee behandelend artsen en een externe arts. Naar het oordeel van de rechtbank kan uit de stukken niet zonder meer worden afgeleid dat sprake is van (uitsluitend) een verschil van mening tussen de BMA-arts en enkele behandelaars van eiseres alsmede een externe deskundige. Niet kan worden uitgesloten dat de informatieoverdracht aan de BMA-arts niet optimaal is geweest en voorts niet dat de behandelende artsen niet hebben begrepen dat van hen niet alleen een diagnose doch ook een prognose werd verwacht, juist ten aanzien van de suïcidaliteit van eiseres zodat dit aspect bij de voorbereiding van het advies door de BMA-arts onvoldoende voor het voetlicht is gekomen. Gelet op het voorgaande is naar het oordeel van de rechtbank sprake van een concreet aanknopingspunt voor twijfel aan de juistheid, dan wel volledigheid van het medische advies. Het had in het onderhavige geval op weg van verweerder gelegen om in het kader van de heroverweging in bezwaar het BMA te vragen of deze stukken aanleiding vormen voor een ander standpunt dan in het advies verwoord. Beroep gegrond en toewijzing van het verzoek.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen