Rb. 's-Gravenhage 18 juni 2008, ECLI:NL:RBSGR:2008:BD4225
Artikel 9 van Besluit 1/80 biedt een aan artikel 7 van Besluit 1/80 accessoir recht Artikel 9 van Besluit 1/80 moet worden uitgelegd in het kader van de geleidelijke integratie van Turkse werknemers op de arbeidsmarkt van de EG. De strekking van artikel 6 van Besluit 1/80 is dat de Turkse werknemer meer rechten opbouwt naarmate zijn legale arbeid voortduurt. Uit het recht op voortzetting van de legale arbeid vloeit ook het recht op voortzetting van het verblijf voort. Uit artikel 7 van Besluit 1/80 vloeien ook zelfstandige verblijfsrechten voort voor de gezinsleden van een Turkse werknemer. Artikel 9 bouwt voort op de artikelen 6 en 7 van Besluit 1/80 en kan dan ook niet zelfstandig worden ingeroepen. Hoewel de letterlijke tekst ruimte laat, kan niet anders bedoeld zijn dan dat artikel 9 van Besluit 1/80 betrekking heeft op kinderen van een Turkse werknemer die legaal in een lidstaat van de EG heeft gewerkt. Dat is hier niet het geval. Verwijzing naar de zaak Akman, C-210/97, JV 1999/2. Uit ro. 40 en 41 leidt de rechtbank af dat ook het Hof ervan uitgaat dat artikel 9 van Besluit 1/80 accessoire rechten verleent aan gezinsleden die voldoen aan de criteria van artikel 7 van Besluit 1/80 en niet beoogt rechten te verlenen aan anderen.
De uitspraak op rechtspraak.nl