Rb. 's-Gravenhage 8 mei 2008, ECLI:NL:RBSGR:2008:BD2707

Bestuurdersaansprakelijkheid, artikel 16c, eerste lid, onder c, van de Coördinatiewet Sociale Verzekering. Omdat eiser in het bewuste tijdvak bestuurder van de vennootschap was, is hij terecht aansprakelijk gesteld voor de onbetaald gebleven premieschulden die in die periode zijn ontstaan. Voor gevallen als het onderhavige, waarbij een bestuurder van een lichaam zonder rechtspersoonlijkheid op grond van artikel 16c, eerste lid, aanhef en onder c, van de CSV, aansprakelijk wordt gesteld, is geen disculpatiemogelijkheid ingevoerd. Evenmin heeft eiser op grond van artikel 33, vierde lid, van de Invorderingswet 1990, de mogelijkheid om zich te disculperen, omdat dat artikel pas per 1 januari 2006 van toepassing is geworden op de sociale verzekeringswetten. De wettelijke bepalingen bieden ook geen ruimte om de correctienota’s in de onderhavige bezwaar- en beroepsprocedure tegen de aansprakelijkstelling inhoudelijk aan de orde te stellen. Aan de enkele constatering dat verweerder ongeveer zes weken nadat hij de correctienota’s aan de vennootschap heeft verzonden – derhalve nadat de bezwaartermijn voor die nota’s was verstreken – de onderhavige beschikking aansprakelijkstelling naar het privé-adres van eiser heeft verzonden, kan niet de conclusie worden verbonden dat verweerder in strijd met het zorgvuldigheidsbeginsel of enig ander beginsel van behoorlijk bestuur heeft gehandeld bij de aansprakelijkstelling van eiser.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen