Rb. 's-Gravenhage 15 april 2008, ECLI:NL:RBSGR:2008:BD2459
Verlies uit aanmerkelijk belang ook al zijn aandelen niet geleverd Eiser heeft in april 1999 een geldlening van f 150.000 verstrekt aan A. Op verzoek van A maakt eiser het geld over aan B BV, een vennootschap waarin A een belang heeft. In november en december 1999 maakt eiser totaal f 600.000 over aan C BV, een vennootschap waarin A een belang heeft. Op 8 mei 2000 leggen eiser en A in een koopovereenkomst vast dat eiser 25% van de aandelen in D BV van A koopt voor een bedrag van f 750.000. De koopsom is voldaan onder verrekening van in 1999 verstrekte lening. De aandelen D BV zijn nooit geleverd aan eiser. In 2001 is C BV in staat van faillissement verklaard en in 2002 is het faillissement opgeheven. In zijn aangifte inkomstenbelasting 2002 geeft eiser een verlies uit aanmerkelijk belang aan van € 340.336. Verweerder heeft dit verlies niet geaccepteerd. De rechtbank oordeelt dat eiser voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij in 2000 een onvoorwaardelijk recht op levering van 25% van de aandelen in D BV heeft verkregen. De rechtbank baseert dit oordeel op de schriftelijke koopovereenkomst, een schriftelijke toelichting van eiser en hetgeen ter zitting is verklaard. Verweerder is er niet in geslaagd dit bewijsoordeel te weerleggen.
De uitspraak op rechtspraak.nl