Rb. 's-Gravenhage 3 april 2008, ECLI:NL:RBSGR:2008:BD0983
Vreemdelingenbewaring / rechtmatig verblijf / vrije termijn / gevaar voor de openbare orde Eiser, die verdacht werd van een strafbaar feit, heeft gesteld dat zijn visum nog steeds geldig was omdat deze nog niet was ingetrokken conform A2/4.3.7 van de Vc 2000. Mitsdien genoot eiser rechtmatig verblijf hier te lande waardoor hij niet in bewaring had kunnen worden gesteld. De rechtbank volgt eiser hierin niet. A2/4.3.7 van de Vc 2000 ziet op maatregelen die dienen te worden getroffen ten behoeve van de verwijdering van de vreemdeling en doet aan de constatering terzake de beëindiging van de vrije termijn niet af. Nu eiser werd verdacht van het plegen van een strafbaar feit, bestonden er concrete aanwijzingen dat eiser een inbreuk had gemaakt op de openbare orde, en was de vrije termijn als bedoeld in artikel 12 van de Vw 2000 daarmee ten einde gekomen. Eiser genoot ten tijde van de inbewaringstelling dan ook geen rechtmatig verblijf hier te lande.
De uitspraak op rechtspraak.nl