Rb. 's-Gravenhage 22 april 2008, ECLI:NL:RBSGR:2008:BD0975
Aanspraak opvang / ongewenstverklaring / Richtlijn 2003/9/EG Opvang asielzoeker ondanks ongewenstverklaring. Afwijzend asielbesluit bevat ook een ongewenstverklaring. De opvang wordt beëindigd voordat de ongewenstverklaring rechtskracht heeft verkregen. COA wijst aanvraag om opvang af op grond van artikel 4, tweede lid, van de Rva 2005. Het verzoek is ontvankelijk, omdat er procesbelang is bij de vaststelling dat verzoeker in weerwil van Rva 2005 en Vw 2000 op grond van de Richtlijn 2003/9/EG wel recht op opvang heeft. De jurisprudentie van de AbRS over procesbelang in verblijfsprocedures na ongewenstverklaring brengt mee dat argumenten tegen de afwijzing van een asielaanvraag in de procedure tegen de ongewenstverklaring naar voren kunnen worden gebracht. Daarom is die procedure ook een procedure tegen een afwijzend asielbesluit in de zin van de Richtlijn 2003/9/EG. Er is dus over het asielverzoek nog geen definitief besluit is genomen in de zin van artikel 2, aanhef en onder c, van de Richtlijn. Het betoog faalt dat verzoeker ingevolge artikel 3, eerste lid, van de Richtlijn geen recht op opvang heeft, omdat hij als ongewenst verklaarde niet op het grondgebied van Nederland zou mogen verblijven. De Richtlijn bepaalt immers niet dat dit ‘toegestaan zijn te verblijven’ alleen kan krachtens de nationale wet. Nu verzoekers uitzetting is verboden, kan niet worden geoordeeld dat hij hier niet mag verblijven in de zin van de Richtlijn. Artikel 16, vijfde lid, van de Richtlijn bepaalt niet, dat lidstaten na een afwijzende asielbeslissing, dus voordat daarover een definitief besluit genomen is, de opvang mogen beperken of intrekken. De negatieve beslissing bedoelt in dat artikellid ziet niet op het asielverzoek, maar op de opvang. Dit volgt uit artikel 16 in verband met artikel 21 van de Richtlijn, en in afwijking van ‘definitief besluit’ in artikel 2, aanhef en onder c, van de Richtlijn. Verzoeker heeft dus recht op opvang. Dit recht zou eerst eindigen als het besluit tot ongewenstverklaring in rechte onaantastbaar is geworden. Het is daarom mogelijk dat artikel 4, tweede lid, van de Rva en artikel 10, eerste lid, van de Vw 2000 niet (langer) in overeenstemming is met de Richtlijn. Toewijzing verzoek om opvang.
De uitspraak op rechtspraak.nl