Rb. 's-Gravenhage 15 april 2008, ECLI:NL:RBSGR:2008:BD0238
Vreemdelingenbewaring / staandehouding / redelijk vermoeden van illegaal verblijf / geldigheidsduur informatie / publieke ruimte Verweerder heeft, ter staving van het redelijk vermoeden op basis waarvan hij is overgegaan tot een actie als bedoeld in artikel 53 van de Vw, verwezen naar het op ambtseed opgemaakte proces-verbaal van bevindingen van 5 april 2008, gecorrigeerd bij het nadere proces-verbaal van bevindingen van 6 april 2008. Gelet op de daarin vervatte informatie, tezamen en in onderling verband bezien, is de rechtbank van oordeel dat genoegzaam sprake was van een redelijk vermoeden van illegaal verblijf ten aanzien van alle in voormeld café verblijvende bezoekers. Met name in het licht van de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (AbRS) van 13 februari 2004, gepubliceerd in JV 2004, 143, overweegt de rechtbank in dit verband nog dat, zoals hierboven reeds is overwogen en ook door verweerder is gesteld, bij de eerdere controles die zich uitstrekken over een langere periode steeds illegale vreemdelingen zijn aangetroffen, terwijl de Vw noch het beleid op zichzelf een termijn stellen aan de geldigheidsduur van informatie als de onderhavige. Gelet hierop kan eiser niet worden gevolgd in zijn stelling dat de informatie niet meer actueel is. Dat zwaardere eisen zouden moeten worden gesteld aan het redelijk vermoeden van illegaal verblijf nu sprake is van een publieke ruimte althans een café volgt de rechtbank niet, gelet op de uitspraak van 30 juli 2007 van de AbRS, gepubliceerd in onder meer JV 2007, 393. Eisers stelling dat verweerder geen informatie heeft verstrekt over mogelijke controles, na mei 2007 dan wel eerder, die niet tot vreemdelingrechtelijke staandehouding van illegaal hier te lande verblijvende vreemdelingen hebben geleid kan naar het oordeel van de rechtbank aan het vorenoverwogene niet afdoen.
De uitspraak op rechtspraak.nl