Rb. 's-Gravenhage 9 april 2008, ECLI:NL:RBSGR:2008:BC9134

Eiser werd in januari 2001, toen hij met een pont op weg was naar zijn werk, slachtoffer van een geweldsmisdrijf door [X], een TBS-er van wie de verpleging van overheidswege voorwaardelijk was beëindigd en die het kader van een project voor zelfstandig wonen begeleid werd door een stichting voor geestelijke gezondheidszorg. Eiser was in dit project een van de begeleiders van [X] geweest. Omdat [X], aan wie TBS met voorwaarden was opgelegd, de voorwaarden had overtreden, had de officier van justitie bij de rechtbank een vordering tot hervatting van de verpleging van overheidswege gedaan, maar niet besloten tot aanhouding van [X]. In deze procedure is de vraag aan de orde of de Staat door de handelwijze van de officier van justitie, naast [X], aansprakelijk is voor de door eiser geleden schade. De rechtbank acht de beslissing van de officier van justitie niet onrechtmatig. Ook het beroep van eiser op het evenredigheidsbeginsel slaagt niet.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen