Rb. 's-Gravenhage 14 maart 2008, ECLI:NL:RBSGR:2008:BC7483

Buiten behandeling stelling / wijze van indienen van een aanvraag / niet in persoon / in persoon verschaffen van gegevens / herstel verzuim Verweerder heeft de aanvraag van eiser met toepassing van artikel 4:5 Awb buiten behandeling gelaten, omdat eiser niet in persoon is verschenen om zijn aanvraag aan te vullen. De rechtbank concludeert dat er in de vreemdelingenwetgeving geen wettelijk voorschrift is, dat bepaalt dat een aanvraag voor een verblijfsvergunning regulier slechts in persoon zou kunnen worden gedaan. De aanvrager heeft de keuze om zijn aanvraag in persoon of schriftelijk in te dienen. Uit het enkele feit dat eiser de aanvraag niet in persoon heeft ingediend, volgt daarom niet dat hij aldus handelende op voorhand verzuimd heeft om aan enig wettelijk voorschrift voor het in behandeling nemen van de aanvraag, te voldoen. Toen eiser zonder opgaaf van redenen niet op de uitnodiging van verweerder, om de originele gegevens en bescheiden over te leggen, heeft gereageerd, had verweerder hem op grond van artikel 4:5, eerste lid, Awb in de gelegenheid moeten stellen om dit verzuim te herstellen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen