Rb. 's-Gravenhage 19 maart 2008, ECLI:NL:RBSGR:2008:BC7128
Wetswijziging voorziet in de heffing van een zogeheten vliegbelasting per 1 juli 2008. De vliegbelasting is opgenomen in de Wet belastingen op milieugrondslag (Wbm). De belastinggrondslag van de vliegbelasting is het vertrek van een passagier met een vliegtuig vanaf een in Nederland gelegen luchthaven. Als 'vertrek' wordt niet aangemerkt het vertrek door transferpassagiers. In de kern komt het betoog van eiseressen erop neer dat de Staat onrechtmatig jegens hen handelt door in strijd met artikel 15 Verdrag van Chicago en de artikelen 49 en 87 EG-verdrag een vliegbelasting in te voeren ter zake van het vertrek van een passagier met een vliegtuig vanaf een in Nederland gelegen luchthaven. De vorderingen richten zich tegen de Staat als wetgever en strekken in essentie tot het buiten toepassing doen verklaren van de desbetreffende onderdelen van de Wbm. De burgerlijke rechter in kort geding kan (onderdelen van) een wet in formele zin slechts buiten toepassing verklaren indien en voor zover deze onmiskenbaar onverbindend is wegens strijd met een ieder verbindende verdragsbepaling of met het gemeenschapsrecht. De voorzieningenrechter oordeelt dat de vliegbelasting niet onmiskenbaar in strijd is met het verdrag van Chicago. Ook is de heffing van de vliegbelasting naar voorlopig oordeel niet onverenigbaar met het EG-verdrag, meer in het bijzonder met het vrij verkeer van diensten als verwoord in artikel 49 van dit verdrag in samenhang met de daarmee verband houdende Verordening 2408/92 betreffende de toegang van communautaire luchtvaartmaatschappijen tot intracommunautaire luchtroutes. Tenslotte wordt de stelling dat de vliegbelasting met het buiten de heffing laten van transferpassagiers staatssteun aan Schiphol oplevert in de zin van artikel 87 EG-verdrag verworpen. De vorderingen worden afgewezen.
De uitspraak op rechtspraak.nl