Rb. 's-Gravenhage 11 maart 2008, ECLI:NL:RBSGR:2008:BC7069

Vreemdelingenbewaring / EU-onderdaan / art. 59 lid 1 aanhef en onder a Vw 2000 Eiser heeft aangevoerd dat hij de Poolse nationaliteit heeft en dat hij derhalve EU-onderdaan is. Op grond hiervan heeft hij vrijelijk toegang tot Nederland, voor zover hij zich beroept op het vrije verkeer van burgers. Verwijdering van eiser is slechts mogelijk indien er sprake is van actuele, werkelijke en voldoende ernstige bedreiging voor een fundamenteel belang van de samenleving. Uit artikel 27 van de Richtlijn 2004/38 alsmede artikel 3 van de Richtlijn 64/221 EEG volgt dat strafrechtelijke veroordelingen als zodanig geen reden voor verwijdering vormen. Gebleken is dat verweerder bij beschikking van 21 februari 2008 eisers verblijfsrecht op grond van artikel 27, eerste lid, van Richtlijn 2004/38/EG heeft beëindigd en eiser ongewenst heeft verklaard. Eiser heeft tegen deze beschikking bij verweerder bezwaar gemaakt alsmede de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen. Het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening zal op 18 maart 2008 worden behandeld. De rechtbank is van oordeel dat in de onderhavige procedure niet de rechtmatigheid van het genoemde besluit tot beëindiging van eisers verblijf aan de orde kan worden gesteld. Die beoordeling dient plaats te vinden in de bezwaarschriftprocedure en de procedure ter beoordeling van het ingediende verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening. De argumenten die eiser in dat verband onder verwijzing naar de artikelen 27 en 28 van de Richtlijn 2004/38/EG heeft aangevoerd zullen dan ook in die procedures beoordeeld moeten worden. Het EU-burgerschap staat op zich niet aan de maatregel van bewaring in de weg. Met name artikel 31 van de Richtlijn 2004/38/EG vormt daartoe geen belemmering, waarbij de rechtbank in aanmerking neemt dat het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening op korte termijn zal worden behandeld. Ook overigens is de rechtbank van oordeel, gelet op de stukken en het verhandelde ter zitting, dat de toepassing of tenuitvoerlegging van de bewaring niet in strijd is met de Vw 2000 en evenmin bij afweging van alle daarbij betrokken belangen in redelijkheid ongerechtvaardigd is te achten. Gelet op het voorgaande wordt de vrijheidsontnemende maatregel als bedoeld in artikel 59 van de Vw 2000 rechtmatig geoordeeld. Beroep ongegrond.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen