Rb. 's-Gravenhage 13 februari 2008, ECLI:NL:RBSGR:2008:BC4561

Amv-beleid / overgangsrecht / adequate opvang / toetsingsmoment Volgens de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (uitspraak van 18 juni 2004, JV 2004/322) bestaat geen aanleiding voor ambtshalve verlening van een reguliere vergunning indien aan de betrokken vreemdeling een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd is verleend. In de uitspraak van 31 oktober 2007, JV 2008/6, heeft de Afdeling overwogen dat uit de systematiek van de vreemdelingenwet volgt, dat pas bezien kan worden of een vreemdeling in aanmerking komt voor ambtshalve verlening van een reguliere verblijfsvergunning onder de beperking "verblijf als alleenstaande minderjarige vreemdeling" (hierna ook: "verblijf als amv") zodra hij niet meer in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning asiel. Met deze systematiek verdraagt zich niet, dat de vraag of de betrokken vreemdeling in aanmerking komt voor ambtshalve verlening van een reguliere vergunning onder de beperking "verblijf als amv" achteraf wordt beantwoord over de periode waarin hij in het bezit was van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Omdat de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd van eiseres is geëxpireerd op 1 juni 2004, behoort derhalve getoetst te worden of zij op dat moment aanspraak kon maken op een reguliere vergunning onder de beperking "verblijf als amv". Omdat op die datum voor Sierra Leone geen beleid van categoriale bescherming meer werd gevoerd, kon zij op dat moment dus daadwerkelijk gebruik maken van eventuele adequate opvang in het land van herkomst.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen